‹ De GodsnaamPasen: wereldse rechtbank (2) ›
Pasen: wereldse rechtbank
Gepubliceerd op 15-03-2006

Nadat Christus was veroordeeld door de geestelijke rechtbank, moet Hij nu verschijnen voor de Romeinse wereldse rechtbank.

Herodes de Grote had bij testament zijn rijk verdeeld onder zijn vier zonen. Judea was toebedeeld aan Archelaüs. Deze werd echter in 6 n.C. door de Romeinen afgezet en zijn gebied werd een Romeinse provincie, waarover de keizer een stadhouder aanstelde. Pontius Pilatus was de vijfde stadhouder die over Judea regeerde en wel in de periode van 26 tot 36 n.C.

We weten dat de vader van Pilatus officier was geweest in het Romeinse leger en ook zelf was hij een beroepssoldaat; hij vocht onder andere in Germania onder Germanicus. Later trouwde hij met Claudia Procula, een meisje de in de verte familie was aan het huis van keizer. Dit laatste bezorgde hem het baantje als stadhouder over Judea.

Hadden de vorige stadhouders de godsdienstige gevoelens van de Joden nog ontzien, Pilatus deed dat niet. Zo liet hij kort na zijn ambtsaanvaarding de standaards in Jeruzalem brengen, die voorzien waren van het borstbeeld van de keizer en waaraan godddelijke eer bewezen werd. Een afschuwelijke heiligschennis volgens de religieuze Joden. Pilatus wordt ons beschreven als iemand met een zwak karakter. Wanneer het echter het behoud van zijn positie gold, deinisde hij voor niets terug, voor rechtsverkrachting noch geweldenarij.

Als stadhouder oefende Pilatus in Judea de rechtspraak uit, in de naam van de keizer, in de naam van God. Het was deze persoon, naar wie Christus werd gebracht door de leden van het Sanhedrin.


Tags: Uncategorized

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker