‹ De binnenkameren van het Zuiden in Job 9:9Pasen: INRI ›
Pasen: wereldse rechtbank (3)
Gepubliceerd op 19-03-2006

De vorige keer eindigden we met de vraag van Pilatus "Wat is de beschuldiging tegen deze persoon?"
De aanklagers proberen deze vraag te ontwijken door Pilatus te overbluffen met het antwoord: ‘Als Hij geen misdadiger was, zouden we Hem niet aan u hebben overgeleverd!’ (Joh 18:30) Echter Pilatus laat zich niet overbluffen. Hij is de Joden tegemoet gekomen, door hen op het voorplein te ontvangen, maar een loopje laat hij niet met zich nemen. Spottend geeft hij hen dan ook ten antwoord: ‘Dan moet u Hem zelf maar volgens uw wet berechten’ (Joh 18:31). Pilatus weet dat hun macht beperkt is en dat zij, wanneer zij tot hem komen, niet buiten zijn toestemming kunnen. Hier laat de Romein de Joden voelen, ook bij gunstbetoon, wie de macht heeft. De Joden antwoordden dan ook: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ (Joh 18:31)

Met dit laatste antwoord worden een aantal zaken duidelijk. Ze willen Christus ter dood brengen en Pilatus moet daaraan meewerken. Daarnaast, zal Christus niet op de Joodse wijze worden gedood, nl. door steniging. Hij moet sterven aan het kruis, op Romeinse wijze. Daarmee gaat dan ook de profetie van Christus zelf in vervulling: "Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven" (Joh 12:32).

Pilatus laat zich niet overbluffen en de Joden komen dan ook met de beschuldigingen voor de dag, zij beginnen dan ook met "Wij hebben vastgesteld" (Luk 23:2), (beter hadden ze kunnen stellen "Wij hebben bedacht") en dan komen de beschuldigingen:

  1. "dat deze man ons volk opruit;"
    Hiermee aangevend dat hij het Joodse volk zou opzetten tegen de Romeinen. Een zeer ernstige beschuldiging, in een land waar de Romeinen continue allerlei opstootjes moest onderdrukken.
  2. "Hij zegt dat ze geen belasting moeten betalen aan de keizer,"
    Deze bewering moest dienen als ondersteunend bewijs van hun eerste beschuldiging. Echter dit is een pertinente leugen, eerder had Christus op hun vraag hierover geantwoord: "Geef de keizer, wat van de keizer is" (Luk 20:25).
  3. "Hij zegt dat Hij zelf de Gezalfde, de koning is."
    Deze laatste beschuldiging lijkt waar, echter Christus stond geen aards koningschap voor maar een geestelijk. Daarom is ook deze beschuldiging een leugen. Na de spijziging van de vijfduizend lezen we dan ook "Omdat Jezus doorhad dat ze Hem met alle geweld gingen meenemen en tot koning uitroepen, trok Hij zich weer, geheel alleen, in het gebergte terug" (Joh 6:15). Een aards koningschap, dat staatsgevaarlijk voor de Romeinen zou zijn, had Hij dus duidelijk afgewezen. De Sanhedristen konden dit weten, toch komen ze met deze beschuldiging. Zagen we eerder dat bij de geestelijke rechtbank de beschuldiging "rebellie tegen God" was, nu wordt dit subtiel omgebogen tot "rebellie tegen de keizer".


Tags: Uncategorized

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

 Reizen algemeen