February 2009

You are currently browsing the monthly archive for February 2009.

Onderwaterarcheologie

Vraag je je ook wel eens af wat voor schitterende schatten op de zeebodem liggen. Grote hoeveelheden schepen zijn in de loop der eeuwen vergaan in stormen en namen hun bagage mee naar de zeebodem. De kosten om deze te bergen loopt in de miljoenen, denk alleen al aan de kosten van het schip dat hiervoor aangeschaft dient te worden. En helaas de filantropen zijn niet te vinden, zeker niet nu met de huidige kredietcrisis.
Gelukkig is er één land waar je altijd op kan vertrouwen: de VS, zij hebben een uiterst geavanceerd schip gratis ter beschikking gesteld aan een ieder die het maar wil hebben.


Natuurlijk denken jullie meteen dat is grote fantasie, dit slaat kant nog wal,maar met zo’n geweldig schip kan je gewoon niet de boot mee ingaan. Het heeft zelfs het juiste gereedschap aan boord. Wie meer wil weten lees de volgende artikelen over dit geweldige aanbod:

Tags:

Angaria wetgeving

In het Nieuwe Testament komen we een drietal teksten tegen die wijzen op de Angaria wetgeving.

Het Griekse woord ἀγγαρεύω aggareuō, “(tot transport of iets dergelijks) verplichten, pressen”, komt van een Perzisch leenwoord “koerier”. Volgens Romeinse wetgeving (Angaria) mocht iedereen door een hoge Romeinse functionaris of militair gedwongen worden om materiaal een Rom. mijl ver te vervoeren. Deze wetgeving was overgenomen van de Perzische waar een koerier alles ter beschikking moest worden gesteld om zijn boodschap te kunnen vervoeren.Volgens Xenophon werd deze maatregel ingesteld door Cyrus, waarbij in de eerste instantie men moet denken aan het ter beschikking stellen van paarden. Later werd deze maatregel (en zeker onder de Romeinen) uitgebreid, tot verplichte diensten van personen. Zo zien we bij de kruisiging van Christus dat Simon van Cyrene gedwongen werd het kruis van Christus te dragen (Mat 27:32 en Mark 15:21). Dat deze opgelegde verplichting van de Romeinen voor veel Joden een vernedering was blijkt uit een ander Bijbelgedeelte waar Christus zegt En zo wie u zal dwingen een mijl te gaan, gaat met hem twee [mijlen] (Mat 5:41).

Tags:

U vertrouw ik het bestuur van mijn paleis toe, en heel mijn volk zal doen wat u beveelt. Alleen door de troon zal ik boven u staan.’
Gen 41:40, NBV

Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk [de hand] kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.
Gen 41:40, SV

Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal mijn gehele volk zich voeden; alleen door de troon zal ik boven u staan.
Gen 41:40, NBG

Drie vertalingen van dezelfde tekst, met alle drie geven ze een andere wending aan het Hebreeuwse woord נשק, letterlijk heeft het de betekenis van “kussen”, het is dus niet verwonderlijk dat de Statenvertalers dit dan ook weergeven, maar dat ook zij met een probleem zaten blijkt uit hun kanttekening “Tot een teken van eerbied en gehoorzaamheid. Het was in dien
tijd, als ook nog hedendaags, gebruikelijk, dat de onderdanen de hand aan den mond brachten, of kusten, wanneer enige grote heren hen aanspraken, of hun iets belastten”. Hierbij geven ze al aan dat Jozef hun mocht “bevelen” (belastten), een idee dat over genomen is door de Nieuwe vertaling. De vraag is hoe komen de vertalers van de NBG op het idee dat het om “voeden” zou gaan. We kunnen natuurlijk naar de context kijken, waaruit blijkt dat Jozef de grote Egyptische voorraadkamers gaat beheren, maar dat lijkt toch vergezocht.

Enige tijd geleden ben ik maar weer eens begonnen met het ophalen van mijn Egyptisch en ontdekte dat zij hetzelfde woord śn voor “kussen” als voor “eten” gebruikten. Zo betekent in het Egyptisch śn ḥm.t “een vrouw kussen” (Schiffb. 133) en “hij zal śn-eten (kussen) geen pȝḳ-cake (Pyr. 1027 ). Nu we deze overeenkomst weten, is het duidelijk dat Jozef als opperbevelhebber van de voorraadkamers het volk eten kon geven. Vanuit dit oogpunt is het dan ook grappig dat de schrijver van het boek Genesis het Egyptische woordgebruik heeft overgenomen en daar “kussen” heeft neergezet.

Tags:

Er is in de loop van de tijd heel veel gepubliceerd over de eerste verzen van het bijbelboek Genesis. Het aantal commentaren dat deze passages bespreekt, is dan ook ontelbaar. Men treft daarin zeer uiteenlopende opvattingen aan, afhanke-ijk van de theologische vooronderstellingen, die men aanhangt.
Een belangrijke vraag is, hoe men de geschiedenis van de schepping, zoals deze beschreven staat in Genesis 1, in overeenstemming kan brengen met datgene wat binnen de natuurwetenschappen wordt geleerd. Wat is de relatie tussen de evolutietheorie en Genesis 1? Hierover is het laatste woord nog niet geschreven.

De komende dagen gaat de hebraïcus dr. P.A. Siebesma op deze blog in op enkele vragen rond de uitleg van Gen. 1:1-5. Deze vragen zijn zowel door theologen als door natuurwetenschappers al eerder gesteld. Hij zal ze echter met name belichten vanuit taalkundig oogpunt. Kan onze kennis van het Bijbels Hebreeuws, de taal waarin deze schriftgedeelten zijn geschreven, ons helpen bij het beoordelen van de verschillende uitleggingen die er van dit gedeelte bestaan?

1. Verschillende vertalingen van Gen. 1:1

We zijn zo gewend aan de vertaling van Gen. 1:1 “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”, dat we misschien niet beseffen, dat er ook andere vertalingen mogelijk zijn. Dat valt op, wanneer we bijvoorbeeld Engelstalige bijbelvertalingen raadplegen.
Zo vertaalt de Good News Bible (1976) het eerste vers van de Bijbel als volgt: “In the beginning, when God created the universe, the earth was formless and desolate” (“In het begin, toen God de hemel en de aarde schiep, was de aarde woest en ledig”).
Een andere Amerikaanse vertaling, de gezaghebbende joodse vertaling van de Jewish Publication Society (1962), vertaalt het weer iets anders:
“When God began to create the heaven and the earth – the earth being unformed and void…. – God said …” (“Toen God de hemel en de aarde begon te scheppen – de aarde nu was woest en ledig – zei God..”).

Deze twee Amerikaanse vertalingen lijken erg op elkaar. Toch is er wel een duidelijk verschil. De Good News Bible vat vers 1 op als een bijzin bij vers 2, die de hoofdzin vormt. Daarentegen laat de joodse vertaling de hoofdzin bij vers 3 beginnen (“God zei”). Daarentegen vatten onze Statenvertaling en de Nieuwe Vertaling van het NBG (1951) vers 1 op als een hoofdzin.
Waarom vertalen deze Amerikaanse bijbeluitgaven Gen. 1:1 afwijkend en hebben zij hierin gelijk? Wat is de juiste vertaling?

In het Hebreeuws staat er letterlijk:
Bere’sjiet (in een begin) bara’ (schiep) ‘elohiem (God)
‘et hasj-sa-majiem (de hemel) we’et ha’ar-ets (en de aarde)

Om met de joodse vertaling te beginnen, deze is gebaseerd op de uitleg van Gen. 1 van een bekende joodse bijbelverklaarder, Rasji.
De naam Rasji is de afkorting voor rabbi Solomon ben Isaac en hij was een van de bekendste middeleeuwse joodse commentatoren van de Bijbel en van de Talmoed. Hij leefde, zo neemt men aan, van 1040 tot 1105 in Troyes in Frankrijk. Zijn commentaren hebben niet alleen een grote in-vloed uitgeoefend op de joodse commentatoren na hem, maar ook op de christelijke (bijv. Luther).
Rasji poneert in zijn commentaar op Genesis, dat ook in het Nederlands is vertaald, dat het woord “in het begin” (bere’sjiet) in een bepaalde Hebreeuwse constructie staat, waardoor het verbonden moet worden met het woord dat erop volgt, “schiep”. Hij komt dan tot de vertaling: “in het begin van het scheppen door God van hemel en aarde”, d.w.z. “toen God begon te scheppen”.
Als voornaamste argument voor deze vertaling poneert hij dat er letterlijk in het Hebreeuws niet staat “in het begin”, maar “in een begin”. Dat zou je niet verwachten, en daarom is er dan ook sprake van een bepaalde grammaticale vorm, die in het Hebreeuws “status constructus” wordt genoemd.
Daaronder verstaat men een bepaalde manier, waarop in het Hebreeuws twee woorden met elkaar verbonden kunnen worden. In het Nederlands zou men dan gebruik maken van het woordje “van”, maar het Hebreeuws plakt als het ware twee woorden aan elkaar, bijv. ben-David: zoon (van) David.
Kenmerkend voor deze wijze van zeggen is dat het eerste deel nooit een bepaald lidwoord kan krijgen (“de” of “het”, in het Hebreeuws ha). Toch mag men wel vertalen alsof het lidwoord er staat. Men kan in het Hebreeuws dus wel zeggen: ben-David en het vertalen, al naar gelang de context het ver-eist, met “de zoon van David” of “een zoon van David”, maar men kan niet zeggen: ha (de) – ben-David. Dit is onmogelijk. Het ontbreken van het lidwoord “het” in “in een begin” wijst er, aldus Rasji op, dat het verbonden moet worden met “schiep”. Bovendien, zo meent hij, in alle andere gevallen, waar in het Oude Testament het woord “begin” (in het Hebreeuws re’sjiet) voorkomt, staat het ook in de status constructus.

Heeft Rasji op dit punt gelijk? Naar mijn mening niet en wel om een aantal redenen.

1) De Masoreten, de joodse geleerden die in de achtste tot de tiende eeuw, de Hebreeuwse bijbel-tekst van klinkertekens hebben voorzien, vatten het niet zo op. In dat geval hadden ze andere klemtoontekens bij de tekst geplaatst.

2) Geen enkele oude vertaling vertaalt het op de wijze van Rasji, noch de Griekse vertaling: de Septuaginta, noch de Syrische vertaling: de Peshitta, noch de Aramese Targum Onkelos, noch de Latijnse Vulgata en noch de Armeense vertaling.
Het is opmerkelijk dat de Griekse tekst van Joh. 1:1 eveneens leest “in een begin”. Deze is immers gebaseerd op Gen. 1:1.

3) De bewering van Rasji dat de vorm re’sjiet in het Oude Testament altijd in de status constructus voorkomt is niet juist. Van de 51 maal in het Oude Testament zijn er 5 plaatsen (Gen.- 1:1 niet meegerekend), waar dit woord niet in de status constructus staat (Lev. 2:12; Deut. 33:21; Jes. 46:10; Ps. 105:36 en Neh. 12:44).

4) Nu zou men hieruit de conclusie kunnen trekken dat onze vertalingen Gen.1:1 ook niet goed vertaald hebben. Immers geen enkele vertaling geeft het weer met: “In een begin schiep…”
Toch is het feit dat het woord re’sjiet in Gen. 1:1 geen lidwoord bezit, is op zich zelf niet vreemd. De bijwoordelijke uitdrukkingen, die aan dit woord verwant zijn en met een voorzetsel verbonden worden, komen maar zelden voor met een lid-woord. Maar ze moeten wel vertaald worden met een lidwoord, bijvoorbeeld mero’sj (“vanaf het begin”), Jes. 40:21; 41:4,26; 48:16; Pred. 3:11; Spr. 8:23, miqqedem (“van oudsher”), Jes. 45:21; 46:10, of me’olam (“oudtijds”), Gen. 6:4; Joz. 24:2; 1 Sam. 27:8.

Daarom hoeft men hier niet aan een zogenaamde status-constructus te denken en is de meest simpele vertaling mijns inziens ook de beste.

Om die reden is de vertaling van de Good News Bible evengoed af te wijzen. Het is niet duidelijk, waarom men juist voor deze vertaling heeft gekozen. Het valt niet aan te nemen dat zij ook beïnvloedt zijn door de joodse exegese. Zoals in het volgen-de deel aangetoond zal worden, kan vers 2 nooit een hoofdzin zijn. Mogelijk is deze vertaling ontstaan onder invloed van de restitutietheorie.
Zoals hieronder aangetoond zal worden, kan volgens de Hebre
euwse grammatica vers 2 nooit een hoofdzin zijn.

Wordt vervolgd…

Tags: ,