November 28, 2011

You are currently browsing the daily archive for November 28, 2011.

We zijn al enkele weken bezig met de serie Hooglied, maar het is goed om even een pas op de plaats te maken en wat achtergronden te geven over dit boek. Want er zijn een aantal vragen, zoals wie heeft het geschreven, waar gaat het over en hoe moet het gelezen worden, die ook beantwoord moeten worden.

Kijken we naar de naam šîr haššîrîm wat betekent “lied der liederen” of in modern Nederlands “het mooiste lied”. Het was Luther die het boek “das Hohe Lied” noemde en zo in het Nederlands het Hooglied werd. De schrijver is koning Salomo wat we kunnen halen uit de diverse verwijzingen (Hoogl. 1:1,5; 3:7,9,11; 8:11-12), daarnaast zijn er nog enkele verwijzingen dat de schrijver een koning was (Hoogl. 1:4,12; 7:5).

Het thema is de liefde tussen een bruidegom (Salomo) en zijn bruid (de Sulamietische), en het lijkt vreemd dat zo’n boek in de Bijbel voorkomt, in de loop der tijd zijn er dan ook verschillende interpretaties hoe je dit zou moeten lezen. Allereerst heb je de allegorische interpretatie die we zowel bij de joodse als christelijke commentators terugvinden. De Joden zien hierin dan hun liefdesrelatie met God, terwijl bij veel christenen de nadruk meer ligt op hun relatie met Jezus. Kritische theologen willen hiervan niets weten en benadrukken dat je het letterlijk moet interpreteren. Zij zeggen dat het een liefdeslied is waar de schoonheid van de liefde tussen bruidegom en bruid wordt beschreven. Aanhangers van deze interpretatie verwijzen dan naar soortgelijke liefdespoëzie die ook bij omliggende culturen voorkwam.

Zelf zie ik meer in een typologische interpretatie, we moeten het boek Hooglied letterlijk opvatten, maar er is een diepere betekenis. Het is in eerste instantie een beschrijving van de liefde tussen bruidegom en bruid, zoals we verschillende voorbeelden vinden in de literatuur van het oude Midden-Oosten, maar als diepere betekenis beschrijft het ook de liefde tussen God (als Drie-eenheid) en de gelovige. We vinden dit ook terug in andere delen van de Bijbel, soms zien we dat de gelovigen als een “wijngaard” worden beschreven (Jes. 5:1ev.) maar ook in het Nieuwe Testament in bv. de gelijkenis van de koninklijke bruiloft (Mat. 22) of die van de wijze en dwaze meisjes (Mat. 25) welke duidelijk slaan op het “huwelijk” tussen God en de gelovigen.

In de typologische interpretatie zien we hoe het verlangen naar elkaar groeit en uiteindelijk overgaat in het huwelijk. We lezen dan over de “eer” en wat de “normale omstandigheden” zijn bij de voorbereidingen tot zo’n huwelijk. In dat kader is het dan ook logisch dat er kinderen uit voortkomen, vandaar dat, zoals ik in het vorige artikel behandelde, de bruiloftsplannen op de juiste plek werden gemaakt en dat er een “huis”, een gezin gesticht wordt. Veelal zien we tegenwoordig dat dit niet meer gebeurd en dat er allerlei voorbehoedsmiddelen worden gebruikt, waardoor er vergrijzing ontstaat en uiteindelijk het gezin ophoudt te bestaan. In de geloofsgemeenschap zien we helaas vaak het zelfde, men klaagt dat de kerken leeglopen en als tegenreactie worden allerlei fijne avonden georganiseerd met bekende sprekers of muziekbands waar iedereen van moet kunnen genieten, maar meer is het niet. Na afloop ga je weer weg, maar er is niets opgebouwd, dit soort avonden kun je vergelijken met de “voorbehoedsmiddelen”. Seks is iets intiems waar je niet schuchter over hoeft te zijn, het zelfde is met je geloof wat iets intiems met God is, daar hoef je je ook niet over te schamen.

Tags: , ,

In onze serie over Hooglied krijgen we nu een nieuw gedeelte, welke je niets anders kan beschrijven als een nachtmerrie. Zoals iedere verliefde droomt ze over haar geliefde en komt haar grootste angst naar boven dat hij verdwenen is (Hoogl. 3:1ev). Het is niet duidelijk of ze de dingen die daarna gebeuren droomt of dat ze daadwerkelijk naar buiten rent.

In ieder geval ze staat op en gaat “haar ronde maken in de stad” (vs. 2), dit is duidelijk een woordspel met de wachters die ze dan tegenkomt en ook “hun ronde maken in de stad” (vs. 3). We moeten bij deze wachters dan niet zozeer denken dat ze door de straten liepen, maar meer dat ze hun ronde langs of op de stadsmuur maakten. Deze “smerissen” (dit woord is afgeleid van het Hebreeuws “šōmərîm“) komen we ook tegen in de Akkadische literatuur waar ze de “sahir duri” of “ma-sar musi“, de nachtwachters, worden genoemd. Dit waren niet van die halfzachte politieagenten, zij hadden als taak om de stad te beschermen, niet alleen tegen vijanden, maar vooral ook tegen rovers en ander gespuis en als ze iemand zagen dan werd deze hardhandig opgepakt en onze dame had deze keer geluk (vergl. Hoogl. 5:7) dat ze haar geliefde vond.

Direct neemt ze haar geliefde mee naar de (slaap)kamer van haar moeder (vs. 4). Dit klinkt vreemd, maar dat was de plek waar de plannen voor een bruiloft werden gesmeed en dit vinden we ook terug in andere plekken in de Bijbel (Gen. 24:28; Ruth 1:8). De gedachte hierachter was dat op de plek waar zij was geboren het startpunt is voor de volgende generatie (vergl. 8:5) en was een teken dat er een huis, een dynastie, gevestigd werd.

Tags: