Kappertje

You are currently browsing articles tagged Kappertje.

Kappertje

En de amandelboom zal bloeien, en dat de sprinkhaan zichzelven een last zal wezen, en dat de lust zal vergaan; want de mens gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan.

Klaagliederen 12: 5
In de Bijbel komt het Kappertje (Capparis spinosa L.) maar één keer voor en wel in boven-genoemd vers. Voor de identificatie van “kappertje” האב vinden we bewijsmateriaal in de LXX (ἡ κάππαρις, Arab. alkabar), de Syr., en Jerome (capparis), ook de Vulgaat heeft “kapperstruik”. Het kappertje wordt in de Mishna צלף, (Beza 25a, cf. Shabbath 30b) genoemd, terwijl in het modern Hebreeuws de uitdrukking צָלָף קוֹצָנִי wordt gebruikt. Het woord נביּונה betekent “lust”, nl. de lust in voedsel, van אביון (van de stam אבה, “lust hebben in”), hieruit blijkt dat men reeds wist dat het kappertje de spijsvertering bevorderd en sterk eetlustopwekkend is.

De struik komt in het wild voor in de Europese en Afrikaanse landen rondom de Middellandse Zee voor. Zij groeien daar vooral in rotsspleten en op oude muren.
Ook komen varianten voor in Californië. In Nederland worden ze als kasplant gekweekt.

Plutarcho (Sympos. vi. qu. 2) noemt reeds de plant vanwege zijn pikante smaak, ook Plinius (Hist. Nat. xx. 14) schrijft uitvoerig over de effecten van de plant.
Tegenwoordig worden de gesloten bloemknoppen van de kapperstruik, vanwege hun zurige aroma, gebruikt in salades, sauzen, pasta’s en in stoofschotels. Bekend is het gebruik in de biefstuktartaar.
Bereiding is als volgt, de knoppen worden geplukt en worden in de zon gelegd om te verwelken; daarna worden ze in zout of in azijn gezet om hun bittere smaak te verdrijven. In Zuid-Frankrijk en Cyprus eet men de vruchten van de kapperstruik, die er (ingelegd) uitzien en smaken als augurkjes (cornichons). Het is bekend dat het kappertje de spijsvertering bevorderd en sterk eetlustopwekkend is.

Opgeslagen onder: Kappertje

Tags: