2 Koningen 8:29

SVToen keerde Joram, de koning wederom, opdat hij zich te Jizreel helen liet van de slagen, die hem de Syriers te Rama geslagen hadden, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Ahazia, de zoon van Jehoram, de koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.
WLCוַיָּשָׁב֩ יֹורָ֨ם הַמֶּ֜לֶךְ לְהִתְרַפֵּ֣א בְיִזְרְעֶ֗אל מִן־הַמַּכִּים֙ אֲשֶׁ֨ר יַכֻּ֤הוּ אֲרַמִּים֙ בָּֽרָמָ֔ה בְּהִלָּ֣חֲמֹ֔ו אֶת־חֲזָהאֵ֖ל מֶ֣לֶךְ אֲרָ֑ם וַאֲחַזְיָ֨הוּ בֶן־יְהֹורָ֜ם מֶ֣לֶךְ יְהוּדָ֗ה יָרַ֡ד לִרְאֹ֞ות אֶת־יֹורָ֧ם בֶּן־אַחְאָ֛ב בְּיִזְרְעֶ֖אל כִּֽי־חֹלֶ֥ה הֽוּא׃ פ
Trans.wayyāšāḇ ywōrām hammeleḵə ləhiṯərapē’ ḇəyizərə‘e’l min-hammakîm ’ăšer yakuhû ’ărammîm bārāmâ bəhillāḥămwō ’eṯ-ḥăzâ’ēl meleḵə ’ărām wa’ăḥazəyâû ḇen-yəhwōrām meleḵə yəhûḏâ yāraḏ lirə’wōṯ ’eṯ-ywōrām ben-’aḥə’āḇ bəyizərə‘e’l kî-ḥōleh hû’:

Algemeen

Zie ook: Achab, Ahazia, Hazael, Jizreel, Joram (koning v. Juda), Juda (koninkrijk), koningen van Juda, Rama
2 Koningen 9:15, 2 Kronieken 22:6, 2 Kronieken 22:7

Aantekeningen

Toen keerde Joram, de koning wederom, opdat hij zich te Jizreel helen liet van de slagen, die hem de Syriers te Rama geslagen hadden, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Ahazia, de zoon van Jehoram, de koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יָּשָׁב֩

Toen keerde

יוֹרָ֨ם

Joram

הַ

-

מֶּ֜לֶךְ

de koning

לְ

-

הִתְרַפֵּ֣א

helen liet

בְ

-

יִזְרְעֶ֗אל

opdat hij zich te Jizreël

מִן־

van

הַ

-

מַּכִּים֙

de slagen

אֲשֶׁ֨ר

die

יַכֻּ֤הוּ

geslagen hadden

אֲרַמִּים֙

hem de Syriërs

בָּֽ

te Rama

רָמָ֔ה

-

בְּ

-

הִלָּ֣חֲמ֔וֹ

als hij streed

אֶת־

-

חֲזָהאֵ֖ל

tegen Házaël

מֶ֣לֶךְ

den koning

אֲרָ֑ם

van Syrië

וַ

-

אֲחַזְיָ֨הוּ

en Aházia

בֶן־

de zoon

יְהוֹרָ֜ם

van Jehóram

מֶ֣לֶךְ

de koning

יְהוּדָ֗ה

van Juda

יָרַ֡ד

kwam af

לִ

-

רְא֞וֹת

te bezien

אֶת־

-

יוֹרָ֧ם

om Joram

בֶּן־

den zoon

אַחְאָ֛ב

van Achab

בְּ

-

יִזְרְעֶ֖אל

te Jizreël

כִּֽי־

want

חֹלֶ֥ה

was krank

הֽוּא

hij


Toen keerde Joram, de koning wederom, opdat hij zich te Jizreel helen liet van de slagen, die hem de Syriers te Rama geslagen hadden, als hij streed tegen Hazael, den koning van Syrie; en Ahazia, de zoon van Jehoram, de koning van Juda, kwam af, om Joram, den zoon van Achab, te Jizreel te bezien, want hij was krank.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!