2 Samuel 15:27

SVVoorts zeide de koning tot den priester Zadok: Zijt gij [niet] een ziener? Keer weder in de stad met vrede; ook ulieder beide zonen, Ahimaaz, uw zoon, en Jonathan, Abjathars zoon, met u.
WLCוַיֹּ֤אמֶר הַמֶּ֙לֶךְ֙ אֶל־צָדֹ֣וק הַכֹּהֵ֔ן הֲרֹואֶ֣ה אַתָּ֔ה שֻׁ֥בָה הָעִ֖יר בְּשָׁלֹ֑ום וַאֲחִימַ֨עַץ בִּנְךָ֜ וִיהֹונָתָ֧ן בֶּן־אֶבְיָתָ֛ר שְׁנֵ֥י בְנֵיכֶ֖ם אִתְּכֶֽם׃
Trans.wayyō’mer hammeleḵə ’el-ṣāḏwōq hakōhēn hărwō’eh ’atâ šuḇâ hā‘îr bəšālwōm wa’ăḥîma‘aṣ binəḵā wîhwōnāṯān ben-’eḇəyāṯār šənê ḇənêḵem ’itəḵem:

Algemeen

Zie ook: Abjathar, Ahimaaz, Jonathan (zn. van Saul), Priester, Vrede, Zadok, Ziener

Aantekeningen

Voorts zeide de koning tot den priester Zadok: Zijt gij [niet] een ziener? Keer weder in de stad met vrede; ook ulieder beide zonen, Ahimaaz, uw zoon, en Jonathan, Abjathars zoon, met u.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֤אמֶר

Voorts zeide

הַ

-

מֶּ֙לֶךְ֙

de koning

אֶל־

tot

צָד֣וֹק

Zadok

הַ

-

כֹּהֵ֔ן

den priester

הֲ

-

רוֹאֶ֣ה

een ziener

אַתָּ֔ה

Zijt gij

שֻׁ֥בָה

Keer weder

הָ

-

עִ֖יר

in de stad

בְּ

-

שָׁל֑וֹם

met vrede

וַ

-

אֲחִימַ֨עַץ

Ahimáäz

בִּנְךָ֜

zonen

וִ

-

יהוֹנָתָ֧ן

en Jónathan

בֶּן־

uw zoon

אֶבְיָתָ֛ר

Abjathars

שְׁנֵ֥י

ook ulieder beide

בְנֵיכֶ֖ם

zoon

אִתְּכֶֽם

met


Voorts zeide de koning tot den priester Zadok: Zijt gij [niet] een ziener? Keer weder in de stad met vrede; ook ulieder beide zonen, Ahimaaz, uw zoon, en Jonathan, Abjathars zoon, met u.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!