Deuteronomium 24:10

SVWanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;
WLCכִּֽי־תַשֶּׁ֥ה בְרֵֽעֲךָ מַשַּׁ֣את מְא֑וּמָה לֹא־תָבֹ֥א אֶל־בֵּיתֹ֖ו לַעֲבֹ֥ט עֲבֹטֹֽו׃
Trans.kî-ṯaššeh ḇərē‘ăḵā mašša’ṯ mə’ûmâ lō’-ṯāḇō’ ’el-bêṯwō la‘ăḇōṭ ‘ăḇōṭwō:

Aantekeningen

Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

כִּֽי־

-

תַשֶּׁ֥ה

zult geleend hebben

בְ

-

רֵֽעֲךָ

Wanneer gij aan uw naaste

מַשַּׁ֣את

-

מְא֑וּמָה

iets

לֹא־

-

תָבֹ֥א

niet ingaan

אֶל־

-

בֵּית֖וֹ

zo zult gij tot zijn huis

לַ

-

עֲבֹ֥ט

te pand te nemen

עֲבֹטֽוֹ

om zijn pand


Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!