Genesis 27:33

SVToen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.
WLCוַיֶּחֱרַ֨ד יִצְחָ֣ק חֲרָדָה֮ גְּדֹלָ֣ה עַד־מְאֹד֒ וַיֹּ֡אמֶר מִֽי־אֵפֹ֡וא ה֣וּא הַצָּֽד־צַיִד֩ וַיָּ֨בֵא לִ֜י וָאֹכַ֥ל מִכֹּ֛ל בְּטֶ֥רֶם תָּבֹ֖וא וָאֲבָרֲכֵ֑הוּ גַּם־בָּר֖וּךְ יִהְיֶֽה׃
Trans.wayyeḥĕraḏ yiṣəḥāq ḥărāḏâ gəḏōlâ ‘aḏ-mə’ōḏ wayyō’mer mî-’ēfwō’ hû’ haṣṣāḏ-ṣayiḏ wayyāḇē’ lî wā’ōḵal mikōl bəṭerem tāḇwō’ wā’ăḇārăḵēhû gam-bārûḵə yihəyeh:

Algemeen

Zie ook: Izaak, Izak

Aantekeningen

Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֶּחֱרַ֨ד

Toen verschrikte

יִצְחָ֣ק

Izak

חֲרָדָה֮

verschrikking

גְּדֹלָ֣ה

met zeer grote

עַד־

gans

מְאֹד֒

zeer

וַ

-

יֹּ֡אמֶר

en zeide

מִֽי־

-

אֵפ֡וֹא

Wie

ה֣וּא

hij

הַ

-

צָּֽד־

gejaagd

צַיִד֩

die het wildbraad

וַ

-

יָּ֨בֵא

en tot mij gebracht heeft

לִ֜י

-

וָ

-

אֹכַ֥ל

alles gegeten

מִ

-

כֹּ֛ל

-

בְּ

-

טֶ֥רֶם

eer

תָּב֖וֹא

gij kwaamt

וָ

-

אֲבָרֲכֵ֑הוּ

en heb hem gezegend

גַּם־

ook

בָּר֖וּךְ

zal hij gezegend

יִהְיֶֽה

wezen


Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!