Genesis 44:16

SVToen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.
WLCוַיֹּ֣אמֶר יְהוּדָ֗ה מַה־נֹּאמַר֙ לַֽאדֹנִ֔י מַה־נְּדַבֵּ֖ר וּמַה־נִּצְטַדָּ֑ק הָאֱלֹהִ֗ים מָצָא֙ אֶת־עֲוֹ֣ן עֲבָדֶ֔יךָ הִנֶּנּ֤וּ עֲבָדִים֙ לַֽאדֹנִ֔י גַּם־אֲנַ֕חְנוּ גַּ֛ם אֲשֶׁר־נִמְצָ֥א הַגָּבִ֖יעַ בְּיָדֹֽו׃
Trans.wayyō’mer yəhûḏâ mah-nnō’mar la’ḏōnî mah-nnəḏabēr ûmah-nniṣəṭadāq hā’ĕlōhîm māṣā’ ’eṯ-‘ăwōn ‘ăḇāḏeyḵā hinnennû ‘ăḇāḏîm la’ḏōnî gam-’ănaḥənû gam ’ăšer-niməṣā’ hagāḇî‘a bəyāḏwō:

Algemeen

Zie ook: Beker, Hand (lichaamsdeel), Slavernij, Slaaf

Aantekeningen

Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֣אמֶר

Toen zeide

יְהוּדָ֗ה

Juda

מַה־

Wat

נֹּאמַר֙

zeggen

לַֽ

-

אדֹנִ֔י

zullen wij tot mijn heer

מַה־

wat

נְּדַבֵּ֖ר

zullen wij spreken

וּ

-

מַה־

en wat

נִּצְטַדָּ֑ק

zullen wij ons rechtvaardigen

הָ

-

אֱלֹהִ֗ים

God

מָצָא֙

gevonden

אֶת־

-

עֲוֺ֣ן

heeft de ongerechtigheid

עֲבָדֶ֔יךָ

uwer knechten

הִנֶּ

-

נּ֤וּ

-

עֲבָדִים֙

slaven

לַֽ

-

אדֹנִ֔י

wij zijn mijns heren

גַּם־

zo

אֲנַ֕חְנוּ

wij

גַּ֛ם

als

אֲשֶׁר־

hij, in wiens

נִמְצָ֥א

gevonden is

הַ

-

גָּבִ֖יעַ

de beker

בְּ

-

יָדֽוֹ

hand


Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!