Genesis 46:29

SVToen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israel tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals.
WLCוַיֶּאְסֹ֤ר יֹוסֵף֙ מֶרְכַּבְתֹּ֔ו וַיַּ֛עַל לִקְרַֽאת־יִשְׂרָאֵ֥ל אָבִ֖יו גֹּ֑שְׁנָה וַיֵּרָ֣א אֵלָ֗יו וַיִּפֹּל֙ עַל־צַוָּארָ֔יו וַיֵּ֥בְךְּ עַל־צַוָּארָ֖יו עֹֽוד׃
Trans.wayye’əsōr ywōsēf merəkaḇətwō wayya‘al liqəra’ṯ-yiśərā’ēl ’āḇîw gōšənâ wayyērā’ ’ēlāyw wayyipōl ‘al-ṣaûā’rāyw wayyēḇəḵḵə ‘al-ṣaûā’rāyw ‘wōḏ:

Algemeen

Zie ook: Gosen, Huilen, Wenen, Jakob, Jozef (zn v. Jakob)

Aantekeningen

Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israel tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֶּאְסֹ֤ר

Toen spande

יוֹסֵף֙

Jozef

מֶרְכַּבְתּ֔וֹ

zijn wagen

וַ

-

יַּ֛עַל

en toog op

לִ

-

קְרַֽאת־

tegemoet

יִשְׂרָאֵ֥ל

Israël

אָבִ֖יו

zijn vader

גֹּ֑שְׁנָה

naar Gosen

וַ

-

יֵּרָ֣א

hem vertoonde

אֵלָ֗יו

en als hij zich aan

וַ

-

יִּפֹּל֙

zo viel hij

עַל־

hem aan

צַוָּארָ֔יו

zijn hals

וַ

-

יֵּ֥בְךְּ

en weende

עַל־

aan

צַוָּארָ֖יו

zijn hals

עֽוֹד

lang


Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israel tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!