Jeremia 10:5

ABZe zijn [als] een palmboom, uit één stuk bewerkt, maar kunnen niet spreken, ze moeten gedragen worden, want [zelf] kunnen ze niet lopen; wees niet bang voor hen, want kwaad kunnen ze niet doen, evenmin als goeddoen.
SVZij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen.
WLCכְּתֹ֨מֶר מִקְשָׁ֥ה הֵ֙מָּה֙ וְלֹ֣א יְדַבֵּ֔רוּ נָשֹׂ֥וא יִנָּשׂ֖וּא כִּ֣י לֹ֣א יִצְעָ֑דוּ אַל־תִּֽירְא֤וּ מֵהֶם֙ כִּי־לֹ֣א יָרֵ֔עוּ וְגַם־הֵיטֵ֖יב אֵ֥ין אֹותָֽם׃ ס
Trans.kəṯōmer miqəšâ hēmmâ wəlō’ yəḏabērû nāśwō’ yinnāśû’ kî lō’ yiṣə‘āḏû ’al-tîrə’û mēhem kî-lō’ yārē‘û wəḡam-hêṭêḇ ’ên ’wōṯām:

Algemeen

Zie ook: Dadel, Dadelpalm, Komkommer, Vogelverschrikker
Jeremia 31:21

Aantekeningen

Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

כְּ

als

תֹ֨מֶר

een palmboom

מִקְשָׁ֥ה

van dicht werk

הֵ֙מָּה֙

gelijk

וְ

en

לֹ֣א

niet

יְדַבֵּ֔רוּ

spreken

נָשׂ֥וֹא

zij moeten

יִנָּשׂ֖וּא

gedragen worden

כִּ֣י

-

לֹ֣א

-

יִצְעָ֑דוּ

want zij kunnen niet gaan

אַל־

-

תִּֽירְא֤וּ

vreest

מֵ

-

הֶם֙

-

כִּי־

-

לֹ֣א

-

יָרֵ֔עוּ

niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen

וְ

-

גַם־

-

הֵיטֵ֖יב

ook is er geen goeddoen

אֵ֥ין

-

אוֹתָֽם

-


Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!