Leviticus 5:2

SVOf wanneer een mens enig onrein ding zal aangeroerd hebben, hetzij het dode aas van een wild onrein gedierte, of het dode aas van onrein vee, of het dode aas van onrein kruipend gedierte; al is het voor hem verborgen geweest, nochtans is hij onrein en schuldig.
WLCאֹ֣ו נֶ֗פֶשׁ אֲשֶׁ֣ר תִּגַּע֮ בְּכָל־דָּבָ֣ר טָמֵא֒ אֹו֩ בְנִבְלַ֨ת חַיָּ֜ה טְמֵאָ֗ה אֹ֚ו בְּנִבְלַת֙ בְּהֵמָ֣ה טְמֵאָ֔ה אֹ֕ו בְּנִבְלַ֖ת שֶׁ֣רֶץ טָמֵ֑א וְנֶעְלַ֣ם מִמֶּ֔נּוּ וְה֥וּא טָמֵ֖א וְאָשֵֽׁם׃
Trans.’wō nefeš ’ăšer tiga‘ bəḵāl-dāḇār ṭāmē’ ’wō ḇəniḇəlaṯ ḥayyâ ṭəmē’â ’wō bəniḇəlaṯ bəhēmâ ṭəmē’â ’wō bəniḇəlaṯ šereṣ ṭāmē’ wəne‘əlam mimmennû wəhû’ ṭāmē’ wə’āšēm:

Algemeen

Zie ook: Aas, Kadaver, Karkas, Lijk, Hygiene
Haggai 2:14, 2 Corinthiers 6:17

Aantekeningen

Of wanneer een mens enig onrein ding zal aangeroerd hebben, hetzij het dode aas van een wild onrein gedierte, of het dode aas van onrein vee, of het dode aas van onrein kruipend gedierte; al is het voor hem verborgen geweest, nochtans is hij onrein en schuldig.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

א֣וֹ

-

נֶ֗פֶשׁ

Of wanneer een mens

אֲשֶׁ֣ר

-

תִּגַּע֮

zal aangeroerd hebben

בְּ

-

כָל־

-

דָּבָ֣ר

ding

טָמֵא֒

enig onrein

אוֹ֩

-

בְ

-

נִבְלַ֨ת

hetzij het dode aas

חַיָּ֜ה

gedierte

טְמֵאָ֗ה

van een wild onrein

א֤וֹ

-

בְּ

-

נִבְלַת֙

of het dode aas

בְּהֵמָ֣ה

vee

טְמֵאָ֔ה

van onrein

א֕וֹ

-

בְּ

-

נִבְלַ֖ת

of het dode aas

שֶׁ֣רֶץ

kruipend gedierte

טָמֵ֑א

van onrein

וְ

-

נֶעְלַ֣ם

al is het voor hem verborgen geweest

מִמֶּ֔נּוּ

-

וְ

-

ה֥וּא

-

טָמֵ֖א

nochtans is hij onrein

וְ

-

אָשֵֽׁם

en schuldig


Of wanneer een mens enig onrein ding zal aangeroerd hebben, hetzij het dode aas van een wild onrein gedierte, of het dode aas van onrein vee, of het dode aas van onrein kruipend gedierte; al is het voor hem verborgen geweest, nochtans is hij onrein en schuldig.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!