H222 אוּרִיאֵל
Uriel

Bijbelteksten

1 Kronieken 6:24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.
1 Kronieken 15:5Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.
1 Kronieken 15:11En David riep de priesters Zadok en Abjathar, en de Levieten Uriel, Asaja en Joel, Semaja, en Eliel, en Amminadab.
2 Kronieken 13:2Hij regeerde drie jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Michaja, de dochter van Uriel, van Gibea; en er was krijg tussen Abia en tussen Jerobeam.

Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs