G301_Ἀμώς
Amos
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 1x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

Amōs̱, pers. naam m. van Hebreeuwse oorsprong אָמוֹץ H00531; Amos = "last"


1) een voorvader van Christus (Luk. 3:25);


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

Ἀμώς, indecl. (Heb. אָמוֹץ H531, Is 1:1; עָמוֹס H5986, Am 1:1; אָמוֹן H526, IV Ki 21:18 ff. B); 1. as in IV Ki 21:18 ff. B (Α. Ἀμμών; Jos., Ἀμμών, Ἄμωσσς), Amon: Mt 1:10. 2. Amos: Lk 3:25.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws אָמוֹץ H531 "Amoz";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

KlussenKlussen