G1067 γέεννα
hel, Gehenna
Taal: Grieks

Onderwerpen

Gehenna, Hel, Hellevuur, Onderwereld,

Statistieken

Komt 12x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

geenna, zn. vrl., TDNT 1:657,113; afgeleid uit het Hebreeuws van גַּיְא H1516 en הִנֹּם H2011.


1) plaats dal van Hinnom (LXX) van het Hebreeuws גֵֽי־הִנֹּם֙ ḡê-hinnōm; 2) hel, poel van vuur (Mat. 5:22, 29-30; 10:28; 18:9; 23:15, 33; Mark. 9:43, 45, 47; Luk. 12:5; Saint Basil, Bischop van Caesarea, Epistulae, 53.15; Eusebius van Caesarea, Historia ecclesiastica, 5.1.26; John van Damascus, Vita Barlaam et Joasaph, 8.32, 10.85, 11.90, 12.111, 18.153, 21.186, 25.231, 30.272); 2b) overdrachtelijk de tong die ongerechtigheid spreekt, in vlam gezet en gehouden door de hel (Jak. 3:6);


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

γέεννα (γέενα, Mk 9:45, Rec.), -ης, ἡ (perh. through Aram. גֵּיהִנָּם, from Heb. גֵּי הִנֹּם H2011, Ne 11:30; גֵּי בֶּן־הִנֹּם H1121,H2011, Jo 18:16; גֵּי בּנֵי־הִנֹּם H1121,H2011, IV Ki 23:10; valley of (the son, sons of) lamentation); [in LXX the nearest approach to γ. is γαίεννα, Jos 18:16 (Γαὶ Ὀννόμ, A), elsewhere φάραγξ Ὀνόμ (Jos 15:8, al.), V. Swete on Mk 9:43 ;] Gehenna, a valley W. and S. of Jerusalem, which as the site of fire-worship from the time of Ahaz, was desecrated by Josiah and became a dumping-place for the offal of the city. Later, the name was used as a symbol of the place of future punishment, as in NT: Mt 5:29, 30 10:28, Mk 9:43, 45, 47, Lk 12:5, Ja 3:6; γ. τ. πυρός, Mt 5:22 18:19, prob. with ref. to fires of Moloch (DB, ii, 119b); υἱὸς γεέννης, Mt 23:15; κρίσις γεέννης, 23:33.†
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws גַּיְא H1516 "Dalpoort, dal, vallei, Zoutdal, Handwerkersdal, Moorddal, Dalpoort"; Hebreeuws הִנֹּם H2011 "Hinnom, Ben-Hinnom";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin