G1085 γένος
schepping, nakomelingschap, geslacht, generatie, volk
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 21x voor in 9 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

genos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

γένος, -ους, τό (< γίγνομαι), [in LXX for עַם H5971, מִין H4327, זֶרַע H2233, etc.;] 1. family: Ac 4:6 7:13 13:26. 2. offspring: Ac 17:28, 29, Re 22:16. 3. race, nation; Mk 7:28, Ac 4:36 7:19 18:2, 24, II Co 11:26, Phl 3:5, Ga 1:14, I Pe 2:9. 4. kind, sort, class: Mt 13:47 17:21, Rec., Mk 9:29, I Co 12:10, 28 14:10.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀγενής G36 "laag (gemeen), laf, gemeen"; Grieks ἀλλογενής G241 "vreemdeling, allochtoon, buitenlander"; Grieks γενεά G1074 "geboorte, afstamming, geslacht"; Grieks γεννάω G1080 "geboren worden, verwekt worden"; Grieks γίνομαι G1096 "worden, gebeuren"; Grieks συγγενής G4773 "bloedverwant, verwant aan, landgenoot";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken