G1161 δέ
maar, bovendien
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 2869x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

de,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

δέ (before vowels δ’; on the general neglect of the elision in NT, v. WH, App., 146; Tdf., Pr., 96), post-positive conjunctive particle; 1. copulative, but, in the next place, and, now (Abbott, JG, 104): Mt 1:2ff., II Co 6:15, 16, II Pe 1:5-7; in repetition for emphasis, Ro 3:21, 22, 9:30, I Co 2:6, Ga 2:2, Phl 2:8; in transition to something new, Mt 1:18 2:19, Lk 13:1, Jo 7:14, Ac 6:1, Ro 8:28, I Co 7:1 8:1, al.; in explanatory parenthesis or addition, Jo 3:19, Ro 5:8, I Co 1:12, Eph 2:4 5:32, al.; ὡς δέ, Jo 2:9; καὶ . . . δέ, but also, Mt 10:18, Lk 1:76, Jo 6:51, Ro 11:23, al.; καὶ ἐὰν δέ, yea even if, Jo 8:16. 2. Adversative, but, on the other hand, prop., answering to a foregoing μέν (q.v.), and distinguishing a word or clause from one preceding (in NT most freq. without μέν; Bl., §77, 12): ἐὰν δέ, Mt 6:14, 23, al.; ἐγὼ (σὺ, etc.) δέ, Mt 5:22 6:6, Mk 8:29, al.; ὁ δέ, αὐτὸς δέ, Mk 1:45, Lk 4:40, al.; after a negation, Mt 6:19, 20, Ro 3:4, I Th 5:21, al.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks δή G1211 "dus, daarom, nu, nu reeds, dan eerst, werkelijk, inderdaad"; Grieks μέν G3303 "inderdaad, werkelijk, heus, sommigen"; Grieks μηδέ G3366 "en niet, ook niet"; Grieks ὅδε G3592 "deze hier, deze dingen, als volgt, aldus"; Grieks οὐδέ G3761 "niet (ook), niet (zelfs)"; Grieks τοιόσδε G5107 "zodanig";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Miljoenen artikelen