G2240 ἥκω
gekomen zijn, komen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 26x voor in 9 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

í̱ko̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἥκω [in LXX chiefly for בּוא H935;] pf. with pres. meaning (hence impf. = plpf.), to have come, be present: Mt 24:50, Mk 8:3 (late pf., ἧκα, v. Swete, in l.; WH, App., 169), Lk 12:46 15:27, Jo 8:42, He 10:7, 9, 37, I Jn 5:20, Re 2:25 3:3, 9 15:4; seq. ἀπό, c. gen. loc., Mt 8:11, Lk 13:29; ἐκ, Ro 11:26; id. seq. εἰς, Jo 4:47; μακρόθεν, Mk 8:3; ἐπί, c. acc., Re 3:3. Metaph., of discipleship: Jo 6:37; of time and events: absol., Mt 24:14, Jo 2:4, II Pe 3:10, Re 18:8; seq. ἐπί c acc. pers., Mt 23:36, Lk 19:43 (cf. ἀν-, καθ-ήκω).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀνήκω G433 "bereiken"; Grieks ἐφικνέομαι G2185 "komen naar, bereiken, treffen"; Grieks καθήκω G2520 "omlag gaan, komen tot, reiken tot";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs