G2425 ἱκανός
toereikend, voldoende
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 41x voor in 7 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ikanos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἱκανός, -ή, -όν (< ἵκω, ἱκάνω, to reach, attain), [in LXX for דַּי H1767, etc.;] 1. of persons, suffcient, competent, fit: c. inf., Mt 3:11, Mk 1:7, Lk 3:16, I Co 15:9, II Co 3:5, II Ti 2:2; seq. πρός, II Co 2:16; seq. ἵνα, Mt 8:8, Lk 7:6. 2. Of things, in number, quantity or size, sufficient, enough, much, many: absol., ἱκανοί, Lk 7:11 (WH, R, omit) 8:32, Ac 12:12 14:21 19:19, I Co 11:30; ὄχλος ἱ., Mk 10:46, Lk 7:12, Ac 11:24, 26 19:26; κλαυθμός, Ac 20:37; ἀργύρια, Mt 28:12; λαμπάδες, Ac 20:8; λόγοι, Lk 23:9; φῶς, Ac 22:6; ἱ, ἐστιν (cf. רַב לָכֶם H7227, LXX ἱκανούσθω, De 3:26), Lk 22:38; τὸ ἱ. ποιεῖν (Lat. satisfacere; cf. Je 31 (48):30), Mk 15:15; τὸ ἱ. λαμβάνειν (Lat. satis accipere; v. M, Pr., 20 f.), Ac 17:9; of time, ἡμέραι ἱ., Ac 9:23, 43 18:18 27:7; ἱ. χρόνος, Lk 8:27, Ac 8:11 14:3 27:9; pl., Lk 20:9; ἐκ χρόνων ἱ., Lk 23:8; ἀπὸ ἱ. ἐτῶν, Ro 15:23 (WH); ἐφ’ ἱκανόν (cf. II Mac 8:25), Ac 20:11.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀφικνέομαι G864 "aankomen"; Grieks διϊκνέομαι G1338 "doorkomen, doorsteken"; Grieks ἱκανότης G2426 "bekwaamheid, geschiktheid, talent, gave, deugdelijkheid"; Grieks ἱκανόω G2427 "geschikt maken, bruikbaar maken"; Grieks ἱκετηρία G2428 "olijftak, smeekbede";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker