G3376 μήν
maand, maan (nieuwe)
Taal: Grieks

Onderwerpen

Maand,

Statistieken

Komt 18x voor in 5 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

mēn,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μήν, gen., μηνός, ὁ, [in LXX very freq. for חֹדֶשׁ H2320, Ge 7:11, al.; a few times for יֶרַח H3391;] a month: Lk 1:24, 26, 36, 56 4:25, Ac 7:20 18:11 19:8 20:3 28:11, Ja 5:17, Re 9:5, 10, 15 11:2 13:5 22:2; pl., of the festival of the new moon (cf. Is 66:23), Ga 4:10.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks νουμηνία G3561 "maan (nieuwe)"; Grieks τετράμηνον G5072 "maanden (vier), kwartaal"; Grieks τρίμηνον G5150 "maanden (drie)";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker