G3841 παντοκράτωρ
almachtig, heerser over alles, God
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 10x voor in 2 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

pantokrato̱r,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

παντοκράτωρ, -ορος, ὁ (< πᾶς, κρατέω), [in LXX: freq. in Jb 5:8, 17, al. (שַׁדַּי H7706), and for צְבָאוֹת H6635, in the phrase θεός (κυρίος) π., II Ki 5:10, al., and freq. in Am, Za, Ma; also in Wi 7:25, Si 42:17 50:14, 17, and freq. in Jth, II, III Mac;] almighty: II Co 6:18, Re 1:8 4:8 11:17 15:3 16:7, 14 19:6, 15 21:22.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks κράτος G2904 "sterkte, kracht, heerschappij"; Grieks πᾶς G3956 "ieder, elk, alles, het geheel, alle dingen";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken