G4912 συνέχω
samenhouden, bijeenhouden
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 12x voor in 5 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

synecho̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

συν-έχω [in LXX for עצר H6113, חבר H2266, etc. ;] 1. to hold together (τ. συνέχον τ. πάντα, Wi 1:7): of closing the ears, Ac 7:57 (τ. στόμα, Is 52:15); to hem in, press on every side: Lk 8:45 19:43. 2. to hold fast; (a) of a prisoner, to hold in charge (Luc.; cf. exx. in Deiss., BS, 160; MM, xxiv): Lk 22:63; (b) to constrain: II Co 5:14; pass., Lk 12:50, Ac 18:5 (τ. λόγῳ; cf. Field, Notes, 128), Phl 1:23; in pass., of ills, to be seized or afflicted by, suffering from: Mt 4:24, Lk 4:38 8:37, Ac 28:8.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἔχω G2192 "hebben, behouden, houden"; Grieks σύν G4862 "met"; Grieks συνοχή G4928 "gevangenis, banden, boeien";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken