H1134 בֶּן־חַיִל
Ben-chail
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 1x voor in 1 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

בֶּן־חַ֫יִל n.pr.m. (son (man) of might) a prince of Jehoshaphat 2 Ch 17:7

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H1134 בֶּן־חַיִל Ben-Chayil; from 1121 and 2428; son of might; Ben-Chail, an Israelite — Ben-hail.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws בֵּן H1121 "zoon, Torah: bezorger, vreemde, veulen, kalf, kind, kleinkind, zonen, kleinkinderen"; Hebreeuws חַיִל H2428 "heir, dapper, strijdbaar, heirkracht, flink, legeroverste, vermogen, leger, kloek";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

KlussenKlussen