Makkada, Makkeda

Bijbelteksten

Jozua 10:10En de HEERE verschrikte hen voor het aangezicht van Israel; en hij sloeg hen met een groten slag te Gibeon, en vervolgde hen op den weg, waar men naar Beth-horon opgaat, en sloeg hen tot Azeka en tot Makkeda toe.
Jozua 10:16Maar die vijf koningen waren gevloden, en hadden zich verborgen in de spelonk bij Makkeda.
Jozua 10:17En aan Jozua werd geboodschapt, mits te zeggen: Die vijf koningen zijn gevonden, verborgen in de spelonk bij Makkeda.
Jozua 10:21Zo keerde al het volk tot Jozua in het leger, bij Makkeda, in vrede; niemand had zijn tong tegen de kinderen Israels geroerd.
Jozua 10:28Op denzelven dag nam ook Jozua Makkeda in, en sloeg haar met de scherpte des zwaards; daartoe verbande hij derzelver koning, henlieden en alle ziel die daarin was; hij liet geen overigen overblijven; en hij deed den koning van Makkeda, gelijk als hij den koning van Jericho gedaan had.
Jozua 10:29Toen toog Jozua door, en gans Israel met hem, van Makkeda naar Libna, en hij krijgde tegen Libna.
Jozua 12:16De koning van Makkeda, een; de koning van Beth-el, een;
Jozua 15:41En Gederoth, Beth-dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.

Hadderech