So (farao)
סוֹא H5471 "So",

Zeer waarschijnlijk Osorkon IV van Tanis (en niet Tefnakht van Saïs), waarop koning Hosea een beroep doet als hij in opstand komt tegen de Assyrische overheersing (2 Kon 17:4).

Was de zoon van Sheshonq V bij koningin Tadibastet II. Kort nadat Osorkon IV aan de macht kwam (732-722 v.C.), werd Egypte veroverd door de Kushitische koning Piankhi. Het einde van de heerschappij valt samen met de invasie van de Assyriërs in Azië.


aA-xprw-ra
(stp.n-imn) Aakheperure Meriamon  (Groot is de manifestatie van Re; Geliefd door Re); dit was de naam die hij kreeg bij de troonbestijging.



wsrkn
(mri-imn) Osorkon Meryamun (Geliefd door Re); zijn geboortenaam.

 

Een andere theorie hierover is, dat So de Nubische farao Shabako (Shebitku) is; een farao van de 25e dynastie die zich moest verweren tegen het opkomende Assyrische rijk o.l.v. Sanherib en later Assurbanipal. Koninh Hosea bleek de kant te kiezen van Egypte en dus tegen Assur. Assur kwam erachter. Dit vers heeft dus de strijd tussen Assur en Egypte als achtergrond.



Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!