Filistijnen
פְּלִשְׁתִּי H6430 "Filistijnen",

Zie ook: Beeldbank, Artikelen Blog, Palestina / Philistia,

De Filistijnen פְּלִשְׁתִּים waren een (zeevarend) volk dat zich aan het eind van het 2de millennium v.C. op de kuststrook in het zuiden van het hedendaagse Israël vestigde en intensieve contacten lijkt te hebben onderhouden met Alashia (Cyprus), Myceens Griekenland en Minoïsch Kreta. (B.J. Stone, The Philistines and Acculturation: Culture Change and Ethnic Continuity in the Iron Age, in BASOR 298 (1995), pp. 8, 13, C.S. Ehrlich, The Philistines in Transition: A History from ca. 1000-730 B.C.E., Leiden, 1996, p. 11). De Filistijnen stichtten vijf onafhankelijke stadstaten, Asdad, Askelon, Ekron, Gath en Gaza, die een soort stedenbond vormden (pentapolis). Gedurende de 12de en 11de eeuw v.C. hadden de Filistijnen de hegemonie in het gebied, maar in de eeuwen daarna werd hun macht steeds meer ingeperkt. Tijdens de neo-Assyrische periode (~800-626 v.C.) beleefden de Filistijnse steden opnieuw een periode van bloei. Na de verovering door de Babyloniërs in 604 v.C. zijn de Filistijnen geleidelijk opgegaan in omliggende volken.

Inhoud

Bijbel

In de Bijbel worden een tweetal soorten Filistijnen genoemd, 1) degenen die in Genesis genoemd worden tijdens contacten met Abraham en Izaak; 2) degenen die later in de Bijbel worden genoemd.


De Filistijnen in Genesis

In Genesis 21:32-34; 26:1-6; 26:8; 26:18 worden Filistijnen genoemd die in contact kwamen met de aartsvaders Abraham en Izaak. Omdat hiermee de naam Filistijnen wordt gebruikt in een periode die veel eerder is dan dat de Filistijnen volgens de gangbare chronologie zich in het hedendaagse Israël vestigden zijn er verschillende theorieën om dit te verklaren.

1) Verschillende onderzoekers beschouwen deze vermelding in Genesis als een anachronisme (C.S. Ehrlich, art. Philister, WiBiLex.de, 2007), waaraan, volgens hen, geen historische waarde moet worden toegekend. Zo stelt Katzenstein in het artikel over de Filistijnen in The Anchor Bible Dictionary, “The references to the Philistines in Gen 21:32–34; 26:1, 8, 14–15; and in Exod 13:17; 15:14; 23:31 are all anachronisms” (1992: 326)

2) Anderen gaan er vanuit dat hier sprake moet zijn van eerdere invasies van zeevolken en die vanwege een eventuele verwantschap in Genesis daarom Filistijnen worden genoemd (V.P. Hamilton, The Book of Genesis, II, Grand Rapids, 1995, p. 94). Als argumenten worden dan archeologische vondsten genoemd van voor de 12de eeuw die een Myceens karakter hebben, zoals het graf in Tel Dan en de nederzetting van Shardana bij El-Ahwat (C.C. Stavleu, Excurs De Filistijnen, SBOT).


Terminologie

Van O.Fr. Philistin, van L.L. Philistinus, van Gr. Φιλιστίνοι Philistinoi, van Heb. פְּלִשְׁתִּים‎‎ P'lishtim, "mensen van de P'lesheth" ("Philistia"); cf. Akkad. Palastu, Egyptian Palusata; het woord is waarschijnlijk afkomstig van de benaming de het volk zichzelf gaf.

In het Grieks komen de volgende varianten voor Phulistieim, Philistieim, Phulistiaioi en soms als allophuloi, "vreemdelingen"; en in de Vulgaat als Philisthiim, Philistini en Pelæstini. In Assyrische bronnen komt de naam voor als Pilišti en Palaštu/Palastu (soms als Palaštaya).


Verspreidingsgebied

Met name langs de zeekust van het hedendaagse Israël, waarbij de belangrijkste steden waren Asdad, Askelon, Ekron, Gath en Gaza.


Geschiedenis

1200-1175 v.C. Ontstaan van de Filistijnen

Afgaande op de Papyrus Harris I. (ANET, pp. 260-262) en de inscripties op de dodentempel in Medinet Habu van Ramses III, gaat men er vanuit dat de Filistijnen zich in de 12de eeuw v.C. in de Levant vestigden. Volgens deze theorie zou Ramses III deze zeevolken gevangen hebben genomen. "I extended all the boundaries of Egypt; I overthrew those who invaded them from their lands. I slew the Denyen (D'-yn-yw-n) in their isles, The Thekel and the Peleset (Pw-r-s-ty) were made ashes." (James H. Breasted, `Records of Egypt', Vol. IV, pages 87-206; Sec. 151-412). Later zou Ramses III dan hebben toegestaan dat ze zich hier langs de kust ("De weg van de Filistijnen") mochten vestigen, waar ze als een soort huurlingen de oostgrens van Egypte mochten beschermen.

Andere historici vragen zich af of de zeevolken ie. Filistijnen überhaupt ooit zijn verslagen (J. van Gestel, De Egeïsche wereld, Amsterdam, 1993, pp. 69-70) en achten het zelfs mogelijk dat de Egyptenaren een nederlaag leden. Hier moet tegenin worden gebracht dat steden net buiten het Filistijnse gebied lagen zoals Lachis en Beth Shean duidelijk onder de invloedssfeer van de Egypteran waren (T. Dothan, The Arrival of the Sea Peoples. Cultural Diversity in Early Iron Age Canaan, in S. Gitin - W.G. Dever (edd.), Recent Excavations in Israel: Studies in Iron Age Archaeology, Winona Lake, 1989, pp. 2-4).


We zitten nu in de tijd van de Richteren (14de tot de 11de eeuw v.C.) en zien dan ook dat ze regelmatig worden genoemd in dit Bijbelboek.


1000 - 800 v.C.


800-626 v.C. Neo-Assyrische periode

Tijdens de neo-Assyrische periode beleefden de Filistijnse steden opnieuw een periode van bloei.


626-600 v.C. Neo-Babylonische periode

De verovering door de Babyloniërs in 604 v.C. was voor de Filistijnen de nekslag, het Assyrische Rijk bestond niet meer en hiermee verloren ze een belangrijke afzetmarkt voor hun producten. De economie van Ekron (T. Dothan - S. Gitin, Tel Miqne-Ekron. Summary of Fourteen Seasons of Excavation 1981-1996, Jeruzalem, 2005, p. 8) en Ashdod (M. Dothan, art. Ashdod, in D.N. Freedman (ed.), Anchor Bible Dictionary, I, New York, 1992, p. 481), die in de Neo-Assyrische periode een Gouden Eeuw beleefde, stortte volledig in elkaar.

Na de inlijving van het gebied door de Babylonische koning Nebukadnezar II werd een deel van de bevolking (de Filistijnse aristocratie) in ballingschap werd weggevoerd (C.S. Ehrlich, art. Philister, WiBiLex.de, 2007). Een in Saqqara gevonden brief beschrijft de tevergeefse noodkreet van de laatste koning van Ekron bij de Egyptenaren (TUAT I, pp. 633-634). Verder wordt in een administratieve tekst (TUAT I, pp. 405-406) uit Babylonië melding gemaakt van de koningen van Gaza en Ashdod, die daar in ballingschap verblijven. De achtergebleven Filistijnen zijn vervolgens geleidelijk opgegaan in omliggende volken.

In de Bijbel worden de Filistijnen als volk nog twee keer genoemd. In Ezechiël 25:16 (ca. 590-570 v.C.), tussen allerlei andere vijanden van het koninkrijk Juda en in Zacharia 9:5-7 (ca. 520 v.Chr.). Ook zien we nog een vermelding in I Makkabeeën 3:24 en 5:66, geschreven rond 100 v.C.


Hedendaagse Filistijnen?

Tegenwoordig horen we vaak het argument dat de hedendaagse Palestijnen afstammelingen zijn van de hierboven genoemde Filistijnen. De Filistijnen waren geen semieten, terwijl de hedendaagse Palestijnen dit wel zijn, waardoor dit erg onlogisch voorkomt. Zoals al eerder gesteld zijn de achtergebleven Filistijnen geleidelijk opgegaan in omliggende volken. Deze volken waren in eerste instantie de Joden en de groepen die tijdens de Babylonische overheersing naar dit gebied werden gedeporteerd en die later de Samaritanen werden genoemd. Daarnaast waren er ook nog Nabateeërs, welke later ook opgingen in andere groepen. Tegenwoordig bestaat er nog maar een kleine groep Samaritanen die beslist niet tot de Palestijnen gerekend mogen worden, terwijl ook de Joden zich duidelijk onderscheiden.

Ook is het een feit dat voor de tweede wereldoorlog alle bewoners van de Levant Palestijnen werden genoemd. Pas in 1967 wordt deze benaming opgeëist door Arafat voor de Arabieren die zich voornamelijk in dit gebied hebben gevestigd tussen 1890 en 1947. Hierdoor wordt de kans dat er nog een nakomeling van de Filistijnen in deze groep zou voorkomen nog verder verkleind, zodat gesteld kan worden dat er geen enkele biologische verwantschap is tussen de Filistijnen en de Arabische Palestijnen van tegenwoordig.


Literatuur


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!