‹ Ster van Bethlehem: Ster van VredeBijbelrooster 2006 ›
Ziekenzalving
Gepubliceerd op 28-12-2005

De vorige keer hebben we de zalving van het lichaam en als eerbewijs behandeld, deze keeer besluiten we deze korte woordstudie met het aspect van de ziekenzalving.

Het woord αλειφο (a'leipho) komt twee keer in de Bijbel voor in de betekenis van het zalven van zieken:

Om de teksten in Markus 6:13 en Jakobus 5:14 te begrijpen, moet men zich de zeden en de zin van de oliezalving tot genezing in het hellenisme en jodendom herinneren.
  1. De olie werd als medicijn gebruikt voor verzachting en heling van verschillende ziekten. Rabbijnse voorbeelden gebruikten olie bij ontstekingen, wonden, hoofdpijn, huiduitslag etc.
  2. Verder diende de olie als magisch-medicijn en in het bizonder als exorcistisch middel.
De grenzen tussen deze twee zijn moeilijk aan te duiden, temeer daar in het verleden ziekte vaak werd terugevoerd op demonische invloeden. Dit geldt in het bizonder voor psychische en epileptische ziekten. Een oliezalving tegen bezetenheid wordt genoemd door Celsus (Med. III 23, 3) en in de Midrash (Qoh 1, 8[9a]) wordt gesproken over heling en verlossing van een betoverde [=bezetene]. In de slav. Henoch 22, 8ev staat: En de HEER zei tot Michael: Ga en ontdoe Henoch van zijn aardse klederen, en zalf hem met mijn zoet zalfsel en doe hem de klederen van Mijn glorie aan. En Michael deed wat de HEER hem had opgedragen. Hij zalfde mij en kleedde mij, en de verschijning van het zalfsel was meer dan een groot licht, en was als zoete dauw, en het rook mild, schijnenden als de stralen van de zon, waaruit de heilzame werking van de olie door toedoen van Gods glorie blijkt.

Ook bij de eerste christenen had de olie zowel de medische (Lukas 10:34) als de medisch-exorcistische betekenis behouden en is overgedragen op de gewijde olie, zie bijvoorbeeld Acta Thomae 67 (4de eeuw n.C.), waar Jezus wordt gevraagd om de door de demonen geplaagden te zalven. De gezondmaking van keizer Antoninus door een christen met geweide olie wordt door Tertullianus (Ad Scapul 4) beschreven. Een bezetene wordt door Palladius (Hist Laus 18, p 55 Butler) bevrijd door middel van oliezalving. Bij anderen zoals Irenaeus (21, 5) en Heracleon (Epiph Haer 36,2,4ev) vinden we soortgelijke voorbeelden, soms voor zieken op het sterfbed.

In het NT is de oliezalving een medisch-exorcistische handeling bij zieken. In Markus 6:13 genezen de discipelen in samenhang met hun prediking en demoonuitdrijving, en zijn daarin boodschappers en verkondigers van het komende rijk van God. In Jakobus 5:14 wordt dezelfde medisch-exorcistische handelingen der oliezalving bij de zieken door de ambtsdragers voltrokken. De oliezalving gebeurd onder aanroep van de Naam des Heeren en is opgesloten in het gebed voor de genezing. De olie heeft hier inderdaad het karakter van een sacramentale materie.

Opvallend is dat in Markus 6:13 leerlingen in Naam van God zalven en in Jakobus 5:14 gesproken wordt van πρεσβυτερους presbuteros "ouderen" of "ambtdragers" van de gemeente en niet van sacerdotes "priesters" of "levieten", in Lukas 10:34 zien we dat een Samaritaan de zieke zalft. Hieruit blijkt dat een ieder in zijn ambt van vertegenwoordiger van Christus en in de Naam van Christus mogen zalven. Vergelijk in deze de geschiedenis van de zonen van Sceva (Handelingen 19:13-16), welke niet dit ambt hadden maar wel in de Naam van Christus predikten.


Tags: Christendom, Ziekte
Gerelateerde onderwerpen: Christendom, Ziekte

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Boeken algemeen