‹ StudieBijbel: παιδίον paidionDe hond ›
Keren-Happuch (Job 49:14)
Gepubliceerd op 06-02-2006

De dochters van Job: Jemima, Kezia en Keren-Happuch (Job 49:14-15) waren in hun tijd de mooiste vrouwen van het land (of de wereld, al naar gelang men הָאָרֶץ wil vertalen).

Volgens Gesenius betekent Keren-Happuch קֶרֶן הַפּוּךְ "hoorn voor verf", of in moderne bewoordingen een "poederdoos" of "make-up doos". Oosterse vrouwen hebben al eeuwen de gewoonte om hun gezichten te verfen, en dan vooral hun oogwimpers (Jer. 4:30). In de Bijbel lezen we dat Izébel dit deed toen ze hoorde dat Jehu naar Jizreël kwam (2 Kon. 9:30). Anderen denken dat de naam betekent "de straal van een kostbare steen", en volgens de Targum zou het gaan om de emerald. In 1 Kron. 29:2 door de SV vertaald met "borduursel" in de NV de "mozaïeksteentjes". Volgens de Targum "schitterde het aangezicht" van Keren-Happuch als die van een kostbare steen.

De vraag blijft of ze nu zo knap was van haar zelf, of omdat ze zich zo opmaakte. Ook tegenwoordig noemen we een vrouw die zich zwaar opmaakt een "poederdoos".


Tags: Job, Personen

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs