‹ Pasen: de geestelijke rechtbank (4)Geen Tolerantie voor het Museum van Tolerantie ›
Pontius Pilatus
Gepubliceerd op 22-02-2006

Pontius Pilatus was van ± 26-36 n.Chr. de Romeinse procurator van het voormalige koninkrijk van Archelaüs, dat delen van zowel Judea als Samaria omvatte. In deze functie was hij ondergeschikt aan de stadhouder van Syrië, maar binnen zijn eigen gebied bezat hij zowel de administratieve, als de juridische en de militaire macht.

Over zijn leven, buiten zijn bestuursperiode in Palestina, is niets bekend. Gezien zijn functie moet hij tot de Romeinse ridderstand hebben behoord. Pontius was de naam van het geslacht waartoe hij behoorde, Pilatus was de familienaam. De voornaam van Pontius Pilatus is ons onbekend.

In de Joodse bronnen (Philo, Legatio ad Caium, xxxviii) wordt Pilatus als een meedogenloos en gewetenloos mens afgeschilderd. Hij was een vrij tactloos man, met een duidelijke minachting voor de Joden. Dit blijkt onder andere uit het feit dat hij bij het begin van zijn regering Romeinse legerstandaarden, waarop een portret van de keizer stond afgebeeld, in Jeruzalem liet binnenbrengen, waarmee hij de Joden, die het afbeelden van mensen als een eerste stadium van afgoderij beschouwden, direct tegen zich in het harnas joeg. Direct daarna liet hij beslag leggen op de omvangrijke tempelschatten om de aanleg van een aquaduct naar de stad te kunnen bekostigen. Tijdens een grote demonstratie tegen deze heiligschennis mengden zich zijn soldaten, verkleed als burgers, maar gewapend met knuppels, onder de massa. Op Pilatus’ teken sloegen zij op de menigte in, waarbij velen ernstig werden verwond (Josephus, Bellum Judaicum, II, ix, 169-177).

Ook is, dankzij Josephus, bekend op welke manier Pilatus uit zijn functie werd ontslagen. Een Samaritaanse pseudomessias beweerde, dat hij gouden voorwerpen uit de tabernakel had ontdekt die Mozes op de berg Gerizim had verborgen (dit is natuurlijk onzin omdat Mozes het land Kanaän nooit had betreden). Toen de vele met goudskoorts beluste Samaritanen zich op de berg verzamelden om deze schatten te gaan zoeken, liet Pilatus hen vanuit een hinderlaag overvallen. Hierbij vielen zoveel doden, dat de Samaritanen hun beklag indienden bij Vitellius, de stadhouder van Syrië, over deze onnodige wreedheid. Hierop werd Pilatus ontslagen en naar Rome gestuurd om zich voor keizer Tiberius te verantwoorden. Echter voordat Pilatus in Rome aankwam, was Tiberius al overleden(37 n.Chr.). Over een eventueel proces is ons dan ook verder niets bekend. (Josephus, Antiquitates, XVIII, iv, 85-89).


Tags: Pasen, Personen
Gerelateerde onderwerpen: Pasen

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel