Hebraïsmen: sjoege

De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen. Hij ziet uit van Zijn vaste woonplaats op alle inwoners der aarde.

(Ps 33:13-14)

In dit psalmgedeelte lezen we in het tweede gedeelte “Hij ziet uit“, in de JPS correcter vertaald met “He looketh intently“, het gebruikte werkwoord “ziet” is afgeleid van het Hebreeuwse שׁגח (shagach) dat letterlijk “aandachtig zien” betekent. In het Nederlands kennen we dit woord als het Hebraïsme “sjoege” welke voorkomt in uitdrukkingen als ‘Hij heeft er geen sjoege van‘ (= hij heeft daar geen kennis van), of ‘sjoege nemen van‘ (= de zaak bekijken, ergens over nadenken).

Nu is er ook nog de uitdrukking ‘Hij gaf geen sjoege‘ (= hij gaf geen antwoord, hij hield zijn mond), echter dit is van een ander Hebreeuws woord afgeleid. Het Bargoense sjoege (of soms ook sjoechem) is hier een verbastering van het Jiddische sjoewe, wat weer is afgeleid van het Hebreeuwse תשובה (tesjoewa) wat “redding, terugkeer” betekent, het kan zelfs afhankelijk van de context vertaald worden met antwoord of bekering. Dit laatste betekenis zien we terug in het 15de vers van de Psalm waar staat “Een koning wordt niet behouden door een groot heir“.

We kunnen deze Psalm dus vrij vertalen met “Als God sjoege van ons heeft, vanuit Zijn woonplaats aandachtig naar ons kijkt, dan mogen wij sjoege (antwoord) geven door ons tot Hem te bekeren.”

Tags:

Stuur naar Twitter