‹ Bijbelgedeelte voor Oud en NieuwLivius Nieuwsbrief / januari ›
Een vreemdeling is afhankelijk, niet links of rechts
Gepubliceerd op 02-01-2013

In deze periode zullen meerdere artikelen verschijnen op deze weblog over asielzoekers, wat wordt hierover geschreven in de Bijbel en wat is de visie van verschillende mensen over dit thema en enige getuigenissen. Vandaag een verslag van Jan Wolsheimer welke hij eerder op zijn eigen weblog had geplaatst:

Gisteren schreef ik een scherpe blog over het stemgedrag van het CDA en de SGP bij de ingediende moties van Joël Voordewind. Volgens sommigen gebruikte in nogal grote woorden. Bij nalezing vind ik dat nogal meevallen, maar scherp was ik wel. Vooral als gevolg van mijn betrokkenheid bij de Vluchtkerk in Amsterdam en de diverse verhalen van de migranten zelf. Vandaag nam ik contact op met de Tweede Kamerfractie van de SGP om opheldering t krijgen. Ik werd uiterst correct te woord gestaan door Gijsbert Leertouwer, beleidsmedewerker van de fractie die zelf ook bezig was geweest met de kwestie. Op mijn vraag of hij me een theologische onderbouwing kon toesturen van het migrantenbeleid van de SGP ontving ik deze scan. De blogpost hieronder is een antwoord op de inhoud van deze scan.

De vreemdeling in het Oude Testament

Er is gebruik gemaakt van de indeling van het begrip vreemdeling volgens het boek van F.J. Pop (Bijbelse woorden en hun geheim) en daarbij gaat het om een aantal Hebreeuwse woorden die in het Oude Testament worden gebruikt om vreemdelingen aan te duiden.

De statenvertaling maakt gebruik van verschillende woorden om de Hebreeuwse woorden uit te drukken. Op basis van deze woorden wordt door Pop (en de SGP neemt dit over) een indeling gemaakt die er als volgt uitziet:

1) Degenen die buiten Israëls grenzen wonen, de echte buitenlanders (In de SVV van 1673 meestal vertaald als “uitlanders”).

2) Zij die zich in Israël gevestigd hebben met het oog op langer verblijf (in het Hebreeuws ‘ger’, meervoud ‘gerim’); zij genieten na besnijdenis zekere rechten (Ex.22:21;Lev.17:12; in de SVV vertaald als ‘vreemdeling’ of ‘de vreemdeling die in uw poorten is’).

3) Vervolgens zij die binnen Israëls grenzen verkeren, maar geen rechten genieten, de zogenaamde “bijwoners” (Ex.12:45; Lev.25:6 soms ook als “uitlanders” vertaald). Zij zijn niet besneden.

4) Tenslotte de niet-Israëlieten die tijdelijk binnen de grenzen van Israël zijn, op doorreis of vanwege handel. Deze groep mensen had geen rechten (Deut.14:21).

In de door de SGP toegestuurde paragraaf uit het boek: “Over de grens? SGP-visie op asielzoekers en allochtonen” beperkt de auteur zich tot de tweede groep waardoor er een scherp onderscheidt wordt gemaakt tussen vreemdelingen die zich bekeren tot de God van Israël en zij die dat niet doen. De vraag is of dit een terechte conclusie is op grond van de bijbeltekst.

Een eenvoudig voorbeeld om te bewijzen dat dat niet juist is vinden we in Leviticus 19:34, waar we het begrip vreemdeling in twee contexten zien. Om de mannenbroeders van de SGP te plezieren zal ik citeren uit de SVV: “ De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een inboorling van ulieden; gij zult hem liefhebben als uzelven; want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland; Ik ben de HEERE, uw God!”.

Omdat het woord ‘inboorling’ nogal een gedateerde lading heeft, citeer ik voor de helderheid nog even uit de HSV: “De vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God”.

In de context van de tekst gaat het eerst over de vreemdeling van buiten Israël die in Israël verblijft (wat op het moment van schrijven nog niet in bezit was!) en dan over het volk Israël wat als vreemdeling in Egypte verbleef. Het woord wat de Schrift hier gebruikt voor het volk Israël als vreemdelingen is gewoon “gerim”. Aangezien de Israëlieten (die nota bene 430 jaar in Egypte verbleven!) zich niet bekeerden tot de goden van Egypte, maar vreemdelingen bleven, is dit vers een bewijs dat het woord “ger” gewoon vreemdeling betekent zonder dat daar andere implicaties (zoals in het document verwoord) aan verbonden zijn.

Het woord voor vreemdeling zegt dus onvoldoende om de statements uit het SGP boek te onderbouwen. Wat wel zeggenskracht heeft is de besnijdenis en de daadwerkelijke bekering naar het geloof van Israël. Dat lezen we helder in Exodus 12:48 “Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten”.

Hierbij gaat het over het actief belijden van de godsdienst van Israël en als teken daarvan werd de vreemdeling besneden. Dit zegt niets over het vreemdelingschap op zichzelf en al helemaal niets over het juiste gebruik van het Hebreeuwse woord “ger”. Als de auteur dan ook Exodus 12:49 aanhaalt om dit type vreemdeling onder “enerlei wet” te scharen (de auteur legt uit: “enerlei wet” ziet dus ook op enerlei weg tot behoud), dan komt dat door de besnijdenis én toewijding en niet door het gebruik van het woord “ger”.

De auteur laat wel duidelijk zien dat het de besnijdenis is die toegang geeft tot het verbond, maar filtert deze groep van bekeerlingen uit de bijbeltekst door te zoeken op het woordje “ger” en dat is absoluut niet juist! Vanaf dat moment worden mijns inziens consequent verkeerde conclusies getrokken op de diverse aangehaalde bijbelteksten waar het woordje “ger” in voorkomt. Hiermee wordt God gedegradeerd tot een God die zich alleen ontfermt over de vreemdelingen die aan Hem zijn toegewijd. Maar dat is een echte misvatting. Gelukkig wel!

Terecht waarschuwt de auteur tegen de vreemde goden die vreemdelingen meebrengen en het volk Israël zouden kunnen verleiden naar afgoden. Dat heeft natuurlijk te maken met de theocratie uit het Oude Testament.

De auteur merkt op dat vreemdelingen die tijdelijk binnen de grenzen van Israël verblijven geen rechten hadden. De onderbouwing vindt de auteur in Deuteronomium 14:21 “Gij zult geen dood aas eten; den vreemdeling, die in uw poorten is, zult gij het geven, dat hij het ete, of verkoopt het den vreemde; want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder”. Voor mij is het op basis van de exegese van deze tekst onbegrijpelijk dat de auteur concludeert dat deze groep vreemdelingen geen rechten zou hebben. Als er sprake is van enige vorm van recht in deze tekst (wat ik betwijfel), dan zou het toch wel het recht op voedsel (dood aas) moeten zijn? Ik begrijp werkelijk niet waar de SGP deze conclusie vandaan haalt.

Ik moet eerlijk zeggen dat het geharrewar met Hebreeuwse woorden de SGP slecht afgaat. Zij verbindt nu onhoudbare conclusies aan haar referaat en dat kleurt wel het migrantenbeleid. Ik vind dat een zorgelijke kwestie. Men lijkt de Bijbel te willen volgen, maar met de exegese is iets grondig mis.

De vreemdeling in het Nieuwe testament

De SGP opent met de opmerking dat in het Nieuwe Testament het geloof voor de heidenen wordt geopend. Dit vooral vanwege de tekst uit Handelingen 13:47: “Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde”. Ik merk even zijdelings op dat het ook al Israëls opdracht was om de volken tot zegen te zijn (Genesis 12). Dat de openbaring onder het Nieuwe Verbond breder is, ben ik van harte met de schrijver eens.

Vanzelfsprekend wijst de SGP op de betekenis van vreemdelingen met een verschillende etnische afkomst in een theocratische samenleving. De SGP heeft op basis van eerdere (foutieve) conclusies een keuze gemaakt vóór christelijke migranten en tegen niet-christelijke migranten, een conclusie die ik niet kan delen op basis van de Bijbel. Daarnaast wordt er in het Nieuwe Testament nergens melding gemaakt van een theocratie zoals dat onder Israël gewoon was. Sterker nog: Jezus zelf beweegt zich in een (deels) heidense context en probeert daar niet een theocratie van te maken maar geeft juist vorm aan een heel ander Koninkrijk. De term theocratie is een term die hoort bij het Oude Testament en (zo men wil) bij de eschatologie, maar niet in de huidige situatie. Op dat punt verschil ik sterk met de SGP, maar dat is geen nieuws. Het is opmerkelijk te noemen dat de SGP in haar artikel wijst op de gulheid van Jezus waarbij Hij zich sterk identificeert met de vreemdeling in Matteüs 25. Verder wordt de nadruk gelegd op gastvrijheid en herbergzaamheid uit de diverse teksten uit het NT.

Eerlijk is eerlijk, de SGP lijkt bijzonder gul naar allerlei vormen van vreemdelingenschap onder het Nieuwe Testament. Ik lijk geen grote beperkingen tegen te komen die ik onder de uitleg van het Oude testament wel kan vinden (en heb proberen te weerleggen). De angel zit hem vooral in het doortrekken van de theocratische lijn waardoor de (foutieve) uitleg van diverse Hebreeuwse woorden gemakkelijk doorgetrokken kan worden naar onze tijd. Maar er volgt meer.

Zo schrijft de SGP: “Barmhartigheid, de bewogenheid met het lot van mensen in nood, is het fundament voor herbergzaamheid en alles wat daarmee samenhangt (Matt. 25). In die zin is het een relevant beginsel voor het asielbeleid: vluchtelingen moeten opgevangen en beschermd worden”. Prachtig omschreven! Jammer genoeg wordt het snel minder als de auteur vervolgt: “Een les die uit de bijbelse gegevens getrokken kan worden is dat de overheid die zich door bijbelse beginselen laat leiden in het asielbeleid bijzondere aandacht moet besteden aan het opvangen van mensen die gevlucht zijn om reden van hun christelijke geloof. Voor deze vluchtelingen moet de poort openstaan”.

Ik mis hier de bijbelse onderbouwing volledig. Uit het OT kan dit niet komen (gaat immers niet om het ‘christelijk’ geloof) en als dat wel zo is, dan is dat op basis van woorden die door de SGP consequent verkeerd worden geïnterpreteerd. Hierdoor lijkt de migratiepolitiek van de SGP vooral een “eigen volk eerst” klank te krijgen. De SGP merkt nog wel op dat dit geen toegangscriterium moet worden (gelukkig!) maar het verklaart wel haar lakse houding ten opzichte van migranten van allerlei pluimage. Bij lezing van deze tekst merkte Gijsbert op dat de SGP deze kwestie nooit politiek uitdraagt, waarvan akte. Toch zitten er in de Vluchtkerk in Amsterdam zeker dertig christenen. Maar ook voor hen steunde de SGP Joël Voordewind niet toen zij de diverse moties van zijn hand afwezen tijdens de vergadering van de Tweede Kamer op 4 december jl.

Vanuit haar theocratisch beginsel vindt de SGP dat vrijheid van godsdienst niet bij de nieuw verworven rechten van migranten past. Goed, een typisch SGP standpunt, maar ik mis de bijbelse onderbouwing vanuit het Nieuwe Testament. Ik zie Jezus nergens mensen dwingen zich te bekeren. Hij nodigt hartelijk uit en laat mensen gaan als zijn niet willen. Dat is zo’n contrast met de aanpak van de SGP!

In een laatste paragraaf haalt de SGP de Nederlandse Geloofsbelijdenis aan. Als voorganger van een evangelische gemeente ben ik natuurlijk erg kritisch op dit voluit Gereformeerde geschrift en daarom zal ik de discussie niet onnodig ingewikkelder maken en deze paragraaf negeren.

Gisteren streepte ik in mijn kritische weblog de SGP van mijn christelijke lijstje op basis van haar stemgedrag. Vanzelfsprekend kwam op die zin veel reactie. Het is niet mijn doel om anderen te plaatsen in een hokje goed of fout zoals sommigen me dat verweten. Wat overeind blijft staan is dat ik vind dat partijen die zich beroepen op de bijbel ook verantwoording dienen af te leggen van haar keuzes. Ook vandaag kan ik de keuzes van de SGP rondom migratie op basis van datzelfde Woord van God niet ondersteunen. Wel heb ik meer begrip gekregen waarom deze mensen doen wat ze doen. Maar het is jammer dat een groot deel van het betoog in mijn ogen gebaseerd is op een onverantwoord gebruik van diverse woorden voor “vreemdeling”, waardoor een aantal uitstekende moties van de (o.a.) de Christenunie werden weggestemd.

De uiterst vriendelijke beleidsmedewerker van de SGP fractie in Den Haag, Gijsbert Leertouwer, merkte tijdens ons gesprek op dat juist de houding van de Christenunie onverantwoord was te noemen. Ik heb onvoldoende begrepen waarom men dat vond, maar het zal iets te maken hebben met het hierboven besproken hoofdstuk. Ook de partijen waarmee de Christenunie de moties indiende (GL, SP en D66) waren voor de SGP reden om het vooral een links geluid te laten. Ik betreur dat. Een vreemdeling is niet links of rechts, maar afhankelijk. Ondanks de goede intenties van de SGP heeft zij op 4 december broeders en zusters in de kou laten staan. Daar kan ik niet anders dan verdrietig over zijn.

Jan Wolsheimer is voorganger van CAMA Parousia Woerden, en houdt zich actief bezig met het migrantenbeleid in Nederland.


Tags: Aan het woord, Asielzoekers, Gastschrijvers, Politiek
Gerelateerde onderwerpen: Politiek

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL