‹ Christenvervolging in OezbekistanWalk for Margarita ›
Verdronk Farao?
Gepubliceerd op 29-08-2015

Als we de inleiding van de Kanttekeningen van de Statenvertaling op Exodus lezen "in dewelke Farao, als hij hen najaagde, met zijn ganse heir verdronken is" en ook het gebed van het klassieke Doopformulier erop naslaan "Heel het leger van de onverzettelijke farao van Egypte hebt u doen omkomen in de Rietzee, maar uw volk Israël hebt u in uw barmhartigheid dwars door diezelfde zee, over droog land laten gaan" dan blijkt duidelijk dat zij er vanuit gaan dat de farao verdronk.

In het populaire christelijke wetenschapsblad "Weet" van deze maand werd echter geponeerd dat farao helemaal niet verdronk en ik kreeg dan ook een paar vragen of de farao nu wel of niet verdronken was. Hoe hoog ik de vertalers van de Statenvertaling ook acht, met dit soort vragen is het altijd belangrijk wat de Bijbel er zelf van zegt of juist niet van zegt.

In de passage Exodus 14: 23-30 lezen we "De Egyptenaren achtervolgden hen en kwamen hen achterna, met al de paarden van de farao, zijn strijdwagens en zijn ruiters, tot in het midden van de zee. ... Zo stortte de HEERE de Egyptenaren midden in de zee. Want toen het water terugvloeide, bedolf het de strijdwagens en de ruiters van het hele leger van de farao, die hen in de zee achterna gekomen waren. Niet een van hen bleef er over". We kunnen hieruit niet concluderen dat farao zelf, of zelfs zijn hele leger verdronk, eerder dat de snelste eenheden van farao's cavalerie de Israëlieten achtervolgden en verdronken.

Dit wordt bevestigd in het "Lied van Mozes" dat direct na deze geschiedenis in het volgende hoofdstuk voorkomt, "Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen" (Ex. 15:1) en "De wagens van de farao en zijn leger heeft Hij in de zee geworpen. De besten van zijn officieren zijn verdronken in de Schelfzee" (Ex. 15:4), waar we lezen dat naast de strijdwagens, het keur van zijn officieren verdronken en lijkt te wijzen dat niet al zijn officieren verdronken.

De verwijzingen in Psalm 78:53 "want de zee had hun vijanden bedolven" en Psalm 106:11 "Water bedolf hun tegenstanders, niet één van hen bleef over" slaan op hen die de Israëlieten najoegen en hoeft niet te slaan op de farao en degenen die op de oever bleven staan. Vergelijk ook Deut. 11:4 "en wat Hij gedaan heeft met het leger van de Egyptenaren, met hun paarden en strijdwagens: dat Hij het water van de Schelfzee over hen heen liet stromen, toen zij u achtervolgden; de HEERE heeft hen omgebracht, tot op deze dag" waar weer de nadruk ligt op het leger en de strijdwagens en niet op de farao zelf. Terwijl uit de passage in Psalm 136:15 "de farao met zijn leger in de Schelfzee stortte" lijkt alsof de farao inderdaad met zijn leger verdronk. Echter het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt heeft de betekenis van "uitschudden, storten, van zich af schudden, omverwerpen" en hoeft niet in te houden dat farao daarom verdronk, men kan op zijn hoogst constateren dat de macht van farao omver was geworpen. Ook de enige Nieuwtestamentische tekst in Hebr. 11:26 "toen de Egyptenaren dat probeerden te doen, zijn ze verdronken" geeft geen extra aanwijzingen dan die we al eerder hadden gezien.

Er zijn dan ook vanuit de Bijbel geen directe vermeldingen te vinden dat farao verdronk of niet verdronk.


Tags: Bijbelstudie, Doortocht, Exodus
Gerelateerde onderwerpen: Bijbelstudie

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

J.P. van de Giessen IT Consultancy