Exodus

You are currently browsing articles tagged Exodus.

Nadat we al eerder hadden behandeld of de farao verdronk, deze keer een aantal kandidaten wie deze farao geweest kan zijn. Afhankelijk van wanneer men de Exodus dateert en de interpretatie van de Egyptische chronologie worden door de diverse geleerden een drietal farao’s genoemd.

Ramses II (1279-1213 v.C.)

In Ex. 1:11 wordt de stad Raämses genoemd die door de Israëlieten in Egypte gebouwd moest worden en men wil deze stad identificeren met Pi-Ramese een stad die ten tijde van Ramses II is gebouwd. Echter daar tussen de bouw van de tempel (966 v.C.) en de Exodus minimaal 400 jaar heeft gezeten komt dit qua tijdsspanne niet overeen. Verder wordt in de Merneptah-stèle (1210 v.C., een herdenkingsmonument ter ere van farao Menerptah, de zoon van Ramses II) vermeld dat bij een veldtocht van Egypte Israël een grote nederlaag heeft geleden, wat problemen oplevert omdat er dan nooit 40 jaar tussen de Exodus en verovering van Kanaän kan hebben gezeten.

Thutmoses III (1479-1425 v.C.)

Dit leidt men af uit de optelsom van 966 (voltooiing van de tempel) en 480 (1 Kon. 6:1; Het 4de jaar van Salomo is het 480ste jaar na de Exodus) zodat de Exodus in 1445 v.C. plaatsvond. Hieraan zitten echter tweetal problemen. 1) deze farao heeft nog veel veldtochten tegen Azië ondernomen, iets dat moeilijk wordt, wanneer je veel strijdwagens verliest, zoals bij de doortocht door de Rode Zee; 2) zijn oudste zoon (volgens Exodus 12 waren deze allemaal overleden in de nacht van de Pesach), Amenhotep II, hem heeft opgevolgd.

Amenhotep II (1425-1401 v.C.)

Dit leidt men af omdat qua tijdspanne dit overeenkomt. Daarnaast is hij vrij onverwachts en jong (45 jaar) overleden en werd opgevolgd door zijn zoon Thoetmoses IV die niet zijn eerstgeborene was. Verder kende Egypte in de tijd daarna een zwak bestuur wat logisch is gezien de vernietiging van het grootste deel van het leger. Probleem is dan wel dat de tijdsaanduiding 480 jaar (1 Kon. 6:1) in de Hebreeuwse niet klopt, echter in de LXX en de Peshitta wordt 440 jaar genoemd wat meer lijkt overeen te komen.

Conclusie

Er is echter in de Egyptische bronnen van alledrie de farao’s geen vermelding dat een farao is verdronken, dan wel bewijs dat de Joden Egypte ontvluchtten. Op zich hoeft dat niet te betekenen dat er dus geen Exodus heeft plaatsgevonden, want een nederlaag werd in het algemeen niet vermeld en we moeten beseffen dat veel geschriften of verloren zijn gegaan of nog niet zijn teruggevonden.

Nb. meer over dit onderwerp valt hier te lezen.

Tags: , ,

Als we de inleiding van de Kanttekeningen van de Statenvertaling op Exodus lezen “in dewelke Farao, als hij hen najaagde, met zijn ganse heir verdronken is” en ook het gebed van het klassieke Doopformulier erop naslaan “Heel het leger van de onverzettelijke farao van Egypte hebt u doen omkomen in de Rietzee, maar uw volk Israël hebt u in uw barmhartigheid dwars door diezelfde zee, over droog land laten gaan” dan blijkt duidelijk dat zij er vanuit gaan dat de farao verdronk.

In het populaire christelijke wetenschapsblad “Weet” van deze maand werd echter geponeerd dat farao helemaal niet verdronk en ik kreeg dan ook een paar vragen of de farao nu wel of niet verdronken was. Hoe hoog ik de vertalers van de Statenvertaling ook acht, met dit soort vragen is het altijd belangrijk wat de Bijbel er zelf van zegt of juist niet van zegt.

In de passage Exodus 14: 23-30 lezen we “De Egyptenaren achtervolgden hen en kwamen hen achterna, met al de paarden van de farao, zijn strijdwagens en zijn ruiters, tot in het midden van de zee. … Zo stortte de HEERE de Egyptenaren midden in de zee. Want toen het water terugvloeide, bedolf het de strijdwagens en de ruiters van het hele leger van de farao, die hen in de zee achterna gekomen waren. Niet een van hen bleef er over“. We kunnen hieruit niet concluderen dat farao zelf, of zelfs zijn hele leger verdronk, eerder dat de snelste eenheden van farao’s cavalerie de Israëlieten achtervolgden en verdronken.

Dit wordt bevestigd in het “Lied van Mozes” dat direct na deze geschiedenis in het volgende hoofdstuk voorkomt, “Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen” (Ex. 15:1) en “De wagens van de farao en zijn leger heeft Hij in de zee geworpen. De besten van zijn officieren zijn verdronken in de Schelfzee” (Ex. 15:4), waar we lezen dat naast de strijdwagens, het keur van zijn officieren verdronken en lijkt te wijzen dat niet al zijn officieren verdronken.

De verwijzingen in Psalm 78:53 “want de zee had hun vijanden bedolven” en Psalm 106:11 “Water bedolf hun tegenstanders, niet één van hen bleef over” slaan op hen die de Israëlieten najoegen en hoeft niet te slaan op de farao en degenen die op de oever bleven staan. Vergelijk ook Deut. 11:4 “en wat Hij gedaan heeft met het leger van de Egyptenaren, met hun paarden en strijdwagens: dat Hij het water van de Schelfzee over hen heen liet stromen, toen zij u achtervolgden; de HEERE heeft hen omgebracht, tot op deze dag” waar weer de nadruk ligt op het leger en de strijdwagens en niet op de farao zelf. Terwijl uit de passage in Psalm 136:15 “de farao met zijn leger in de Schelfzee stortte” lijkt alsof de farao inderdaad met zijn leger verdronk. Echter het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt heeft de betekenis van “uitschudden, storten, van zich af schudden, omverwerpen” en hoeft niet in te houden dat farao daarom verdronk, men kan op zijn hoogst constateren dat de macht van farao omver was geworpen. Ook de enige Nieuwtestamentische tekst in Hebr. 11:26 “toen de Egyptenaren dat probeerden te doen, zijn ze verdronken” geeft geen extra aanwijzingen dan die we al eerder hadden gezien.

Er zijn dan ook vanuit de Bijbel geen directe vermeldingen te vinden dat farao verdronk of niet verdronk.

Tags: ,

Neem voor uzelf geurige specerijen: druipende hars, onyx en galbanum, dus geurige specerijen, en zuivere wierook. Dit alles moet in gelijke hoeveelheden zijn.

Exodus 30:34 (HSV)

Op het reukofferaltaar wat we gisteren bespraken werd een specerijenmengsel verbrand waarvan we de ingrediënten in dit vers lezen. Ik neem aan dat het voor veel vertalers een crime is om het te vertalen. Met de druipende hars wordt zeer waarschijnlijk de Styrax Liquidambar orientalis, een welriekende struik, bedoeld. De Galbanum is een venkelachtige en levert ook geen problemen op, net als de wierook (van de wierookboom Boswellia). De onyx is een specerij wat problemen oplevert, want het Hebreeuwse woord komt alleen hiervoor. Nu wordt het ook in Ugaritische en Akkadische literatuur genoemd, maar helaas brengt ons dat niet veel verder dan dat het een plant of een soort weekdier kan zijn.

De Targum vertaalt dit als tufra, de Talmud als tziporen (Kerithoth 6a), en de Septuagint als onyx, alles een aanduiding voor ‘vingernagel’. Sommigen beweren dan ook dat dit werkelijk bereid is uit menselijke vingernagels, maar de meeste geleerden zien het als afkomstig van een waterdier. Daarom wordt het meestal aangeduid als onycha  of blatta byzantia, de nagel-achtige kieuwdeksel (als dat goed Nederlands is) van bepaalde slakken van de murex familie, zoals de Onyx marinus, Strombus lentiginosus, of Unguis Odaratus. Deze kieuwdeksel zou een zeer aangename geur geven bij verbranding. Andere bronnen stellen echter dat het Hebreeuwse shecheleth een soort van wortel is (Rashi) en ook de Talmud lijkt aan te geven dat het kwam van een eenjarige plant (Kerithoth 6b). Sommigen identificeren deze plant met een soort van een steenroos, Cistus ladaniferus, die nagelachtige bloemblaadjes heeft.

Tot slot is er nog de tussenvoeging dus geurige specerijen, volgens sommigen kan dit betekenen dat de hiervoor genoemde specerijen de ene helft is en dat de hierna genoemde wierook het tweede gedeelte van het mengsel is. Anderen willen hier lezen “overige specerijen” want volgens de traditie, werden nog eens 7 andere geurstoffen toegevoegd, naast de hier genoemde vier, tot een totaal van elf stuks. De formule voor het specerijenmengsel werd gegeven in de hoeveelheden van de maneh, welke 100 shekels of 5 pond was. Bestaande uit:

70 maneh 350 pond Balsam
70 maneh 350 pond Onycha
70 maneh 350 pond Galbanum
70 maneh 350 pond Wierook
16 maneh 80 pond Mirre
16 maneh 80 pond Cassia
16 maneh 80 pond Nardus (shiboleth nard)
16 maneh 80 pond Saffraan (Karkom)
12 maneh 60 pond Costus (kosh’t)
9 maneh 45 pond Cinnamon
3 maneh 15 pond Kaneelschors
365 maneh totaal

De totale hoeveelheid was 365 maneh, zodat één maneh (5 pond) elke dag van het zonnejaar kan worden verbrand.
Naast deze ingrediënten, 1/4 kav (1 kopje) van Sodom zout (nitraat) en kleine hoeveelheden maaleh ashan (waarschijnlijk Leptadenia pyrotechnica, dat salpeterzuur bevat) en kippath ha-yardan (waarschijnlijk een soort cyclaam) werden toegevoegd. Daarnaast werd 9 liter (kab) loog van de wikke (borith karshina) en 21 liter (3 saah en 3 kab) kapperbes wijn gebruikt om de onycha te bereiden.

Veel zullen we hieraan niet hebben, en voor het geval iemand het wil namaken (wat overigens volgens de Bijbel verboden is). Alleen al de prijs van de nardus (meer dan 100.000 euro) houdt in dat je zeer rijk moet zijn.

Tags: , , , , ,

U moet ook een altaar voor het branden van reukwerk maken.

Exodus 30:1 (HSV)

Als we deze tekst lezen in de verschillende vertalingen dan zien we een paar kleine detail verschillen. De eerste categorie, zoals de GNB96 en de WV95 heeft “wierook” terwijl de andere vertalingen “reukwerk” hebben. En dat laatste is meer correct omdat er in het Hebreeuws wordt geschreven over “reukwerk, parfumerie” en dat kan meer zijn dan alleen wierook. Dit blijkt ook als we in vers 34 lezen “Neem voor uzelf geurige specerijen: druipende hars, onyx en galbanum, dus geurige specerijen, en zuivere wierook. Dit alles moet in gelijke hoeveelheden zijn.

Het tweede is meer een vertaaltechnisch probleem, is er sprake “van een altaar voor het branden van reukwerk” of “een altaar [van] brandend reukwerk”. Het laatste suggereert dat het reukwerk constant zal branden. Dit wordt bevestigd is vers 8 waar we lezen dat “het moet een voortdurend reukwerk zijn” (helaas wordt dit niet zo vertaald in de NBV).

Tot slot als we deze beschrijving lezen in dit hoofdstuk dan lijkt het erop dat dit reukwerk direct op het altaar wordt gebrand en dit zien we dan ook bij verschillende reukofferaltaren die zijn gevonden, zoals het hier rechts afgebeelde Filistijnse altaar. In Leviticus 16 vers 12 lezen we echter “Verder moet hij van het altaar voor het aangezicht van de HEERE een vuurschaal vol vurige kolen nemen, met beide handen vol fijngestoten geurig reukwerk, en dit binnen het voorhangsel brengen.” Er is dus een vuurschaal die op dit altaar staat, hieruit blijkt dat bij de bestudering van iets uit de Bijbel je ook altijd goed moet opletten of er in andere gedeelten van de Bijbel ook over een onderwerp wordt geschreven.

Tags: , , , ,

Dat is de titel van een krantenbericht in Ha’aretz en gaat over de legalisatie van Cannabis in Israël. Een zichzelf verklaard expert, Yoseph Needelman, komt met verschillende argumenten waarom het allemaal zo nodig is en haalt er zelfs de Bijbel bij. Als eerste haalt hij er Genesis bij “Even before God said be fruitful and multiply, he said, I give you all the seed-bearing plants”, foutief verwijzend naar Gen. 1:12. Want daar staat “En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.” Hij bedoelde waarschijnlijk de tekst in vers 29 “En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen“, maar helaas voor hem komt deze tekst na vers 28 waar de opdracht wordt gegeven dat de mens vruchtbaar en talrijk moet worden.

Gelukkig haalt deze expert ook nog andere teksten aan “Later, in Exodus, God instructs Moses to make a sacred anointing oil with, among other things, “knei bossem,” which might be marijuana” (Ex. 30:23). Hij verwijst hier waarschijnlijk naar de onderzoeker Sula Benet die dit suggereert. In het verleden heb ik al eens aangetoond dat dit niet zo is, maar omdat het blijkbaar nodig is om het nog eens uit te leggen hier nog een kleine aanvulling.

In Exodus 30: 23 lezen we “Wat u betreft, neem voor uzelf de beste specerijen: vijfhonderd sikkel vloeibare mirre, en half zoveel ervan, dus tweehonderdvijftig sikkel geurige kaneel, tweehonderdvijftig sikkel geurige kalmoes“, waarbij het woord geurige kalmoes in het Hebreeuws קנה בשם (kaneh bosem) is en heeft bijna dezelfde klank als het woord cannabis. Dat met kaneh bosem niet de plant Hennep wordt bedoeld, blijkt uit het feit dat in het Hebreeuws kaneh “riet” betekent en wat Hennep beslist niet is, nu wil dit niet veel zeggen, daar de oude Joden niet dezelfde wetenschappelijke onderbouwing hanteren als wij. Op afstand lijkt Hennep met zijn stengels op een rietachtige. Interessanter is het feit dat er geen bewijzen zijn dat in de oudheid Hennep, of het afgeleide product cannabis ooit gebruikt is voor de productie van aromatische oliën. Wel zijn er enkele aanwijzingen dat de olie gewonnen uit de zaden gebruikt werden voor het verduurzamen van hout.

We moeten dan ook niet vreemd opkijken dat in geen enkele Bijbelvertaling hennep wordt gebruikt, want alle geleerden zijn het er wel over eens dat met kaneh bosem of Citroen gras (Cymbopogon citratus) of Kalmoes (Acorus calamus) wordt bedoeld. Ik kan dan ook niet anders dan de conclusie te delen van een van de reageerders “If you’re confusing Torah with fact you’re probably high on something”

Tags: , ,

U moet vervolgens een koperen wasvat maken, met een bijbehorend koperen voetstuk, voor het wassen. En u moet het plaatsen tussen de tent van ontmoeting en het altaar, en er water in doen,

Exod. 30:18 (HSV)

Van het wasvat weten we in tegenstelling tot de andere voorwerpen in de tabernakel relatief weinig. Het enige wat we weten is dat tussen het brandofferaltaar en de tent zelf stond en dat het van koper gemaakt was. Verder weten we dat het koper afkomstig was van spiegels die gebruikt werden door de vrouwen die bij de ingang van het voorhof dienst deden of daar samenkwamen om te bidden (het Hebreeuws is niet geheel duidelijk wat hier wordt bedoeld).

Met wat speurwerk zijn toch wel een aantal aannames te maken. Bijvoorbeeld in de Bijbel wordt niet vermeld hoe het wasvat vervoerd moest worden. Echter in de Samaritaanse Pentateuch is er bij Numeri 4:14, waar melding wordt gemaakt over het vervoer van het gereedschap, een toevoeging gemaakt waarin wordt vermeld dat het wasvat bedekt moet worden met een purperen kleed en vervolgens afgedekt met een Tachash kleed en moest worden bevestigd aan aan draagboom. Dit is een indicatie dat het wasvat door twee personen gedragen zou worden en dat het totaal gewicht incl. de dekkleden niet meer dan 50 kg was. Met wat rekenwerk komen we dan dat de doorsnee van het wasvat maximaal 32 cm is en 16 cm diep en dat er een kleine 15 liter water in kon.

Als we er van uitgaan dat een koperen spiegel een halve kg woog (wat beslist niet veel is want er zijn spiegels gevonden die 3,5 kg wogen) dan hebben een 40-tal vrouwen hun spiegels ingeleverd.

Tags: ,

God en mensgod

Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël. Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen. Maar u hebt geweigerd hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene, doden.

Exodus 4:22-23 (HSV)

Helemaal aan het begin van de plagen staan een tweetal verzen waar je gemakkelijk overheen leest, maar toch een enorme impact hebben. Hier zien we dat God zelf zegt dat het volk Israël Zijn eerstgeborene zoon is. We komen deze uitdrukking nog een paar keer meer tegen (Hosea 11:1; Mattheüs 2:15) en steeds met betrekking op Egypte. Ik vroeg me dan ook af waarom God dit zegt en specifiek tegen de farao. Ik kwam tot een aantal mogelijkheden. De eerste die ook door de meeste theologen wordt aangehangen is dat God Israël als Zijn zoon vergelijkt die geen toestemming kreeg om Hem te dienen en om die reden dat de zoon van farao gedood zal worden. Of dit goddelijke wraak is of een reactie op de respectloosheid van farao laat ik in het midden. Maar het is interessant dat volgens deze verklaring al voordat de plagen gebeurden de dood van de zoon van farao werd aangekondigd.

Een andere mogelijkheid is de volgende: farao beschouwde zich als zoon van een Egyptische godheid en was daarmee in zijn eigen ogen ook goddelijk. Hij was zogezegd een mensgod. Zou het mogelijk zijn dat farao vanuit dit gezichtspunt het Egyptische volk als zijn zoon zag. Als dit inderdaad zo is (heb het helaas niet kunnen terugvinden in mijn boeken of op internet) dan kiest God hier heel duidelijk in Zijn bewoordingen voor een soortgelijke parallel. En dan is het duidelijk wat God bedoelt, farao liet het Israëlische volk steeds harder werken en liet zelfs hun baby’s doden. Maar verbood dat ze weg mochten gaan, zelfs tijdelijk om God te dienen. Om die reden pakt God de zoon van farao, het Egyptische volk, aan.

Tot slot is er nog de volgende mogelijkheid, deze tekst is een voorafschaduwing van wat gaat gebeuren. Hoewel dit zeer goed mogelijk is, blijft dan wel het probleem staan waarom Israël als Gods eerstgeboren zoon wordt beschouwd.

Tags:

Nadat vele honderden raketten vanuit Gaza zijn afgeschoten naar Israël, is de laatste een tegenoffensief begonnen onder de noemer “de Wolkkolom” of “Pillar of Cloud”, in de meeste Engelstalige kranten en andere media zien we echter de codenaam “Pillar of Defense”. De Hebreeuwse codenaam kwam ik voor het eerst tegen op het twitteraccount van de IDF (zie afbeelding).

Waarom een andere codenaam? Dit komt omdat de Israëliërs van mening waren dat de Hebreeuwse term niet zou worden begrepen door de rest van wereld. Voor ons kenners van de Bijbel is de terminologie duidelijk. Er wordt een verwijzing gemaakt naar de Shekinah, die in onder andere Exodus 14:19-20 als volgt wordt beschreven:

Toen verliet de Engel van God, Die vóór het leger van Israël uit ging, Zijn plaats en ging achter hen aan. Ook de wolkkolom verliet de plaats vóór hen en ging achter hen staan. Hij kwam tussen het leger van Egypte en het leger van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht. (HSV vertaling).
Het Hebreeuws voor “wolkkolom” is “‘ammûḏ he‘ānān” en zien we terug in de twitter-boodschap waar staat “ammud anan”.

Tags: , ,

31 U moet ook een kandelaar van zuiver goud maken. Als gedreven werk moet de kandelaar gemaakt worden, zijn schacht en zijn armen; zijn bloemkelken, zijn knoppen en zijn bloesems moeten er één geheel mee vormen.
32 En zes armen moeten uit de zijkanten ervan uitsteken: drie armen van de kandelaar uit zijn ene kant, en drie armen van de kandelaar uit zijn andere kant.
33 Drie bloemkelken in de vorm van amandelbloesem aan de ene arm, met knop en bloesem, en drie bloemkelken in de vorm van amandelbloesem aan de andere arm, met knop en bloesem. Zo moeten de zes armen worden die uit de kandelaar steken.
34 En op de kandelaar zelf moeten vier bloemkelken komen in de vorm van amandelbloesem, met zijn knoppen en zijn bloesems.
35 Er moet een knop komen onder het eerste paar armen dat eruit steekt, een knop onder het tweede paar armen dat eruit steekt, en een knop onder het derde paar armen dat eruit steekt. Zo moet het worden bij de zes armen die uit de kandelaar steken.
36 Zijn knoppen en zijn armen moeten met de kandelaar één geheel vormen; het geheel moet één stuk gedreven werk van zuiver goud zijn.
37 Vervolgens moet u de bijbehorende zeven lampen maken. Men moet die lampen aansteken en licht doen verspreiden in de richting van de voorzijde van de kandelaar.

Exodus 25:31-37 (HSV)

Een van de voorwerpen welke in de tabernakel stond was de Menorah, ook wel de gouden kandelaar genoemd. Bij het bestuderen van deze kandelaar blijkt al gauw dat er allerlei details zijn waar je goed op moet letten. Het makkelijkste is dat deze van goud is (vs. 31). Moeilijker wordt het al met de opmerking “gedreven werk” waarmee wordt bedoeld dat het een “overbrenging gehamerd metaal” is, waarmee dus wordt bedoeld dat het niet gegoten is, maar in de juiste vorm met hamers is geslagen. Dit betekent dat de onderdelen die hierna worden genoemd dus met de hand zijn bewerkt. De hoofdonderdelen zijn de kandelaar met aan elke kant drie armen, met daarop zeven kandelaars. Deze kandelaars worden niet zoals we tegenwoordig zien gebruikt om kaarsen in te steken, maar om een brandbare vloeistof in te branden. Vandaar dat ook specifiek wordt gezegd dat deze de vorm van een amandelkelk moet zijn, waar de bloesem nog aanzit. Iemand die nog nooit het verloop van de bloesem van een amandelboom heeft bestudeerd zal het volledig ontgaan wat wordt bedoeld met “bloemkelken, knoppen en bloesem”. Het geval wil nl. dat op een bepaal moment tijdens de bloesem zowel nog de knop (de kleine groen bladeren onder de bloem), de bloesem (de witte bladeren) als de kelk, het eerste beginsel van de vruchtvorming aanwezig is. Het is op deze manier dat deze kandelaar eruit moet zien. Dit heeft praktisch ook een aantal belangrijke punten, de olie moet in de kandelaar worden gegoten en op deze manier kan er een maximale hoeveelheid in de knop en de kelk, terwijl de bloesem ervoor zorgt dat de vlammen niet naar beneden gaan lekken. Om zoiets te maken is enorm veel geduld en vooral ervaring voor nodig, temeer daar het ook nog eens aan de rest vastgemaakt moet worden.

Is een enkele bloem al lastig om te maken, in het midden moet niet één maar viermaal dit gemaakt worden, zoiets als een kleine bloementros. Vervolgens lezen we dat er ook nog eens knoppen op de kandelaar moeten worden bevestigd op de plek waar de armen eruit steken.

Kijken we naar de gouden kandelaar die in de buurt van de klaagmuur tentoon wordt gesteld en welke zal gaan dienen voor de nieuwe tempel die de Joden willen gaan bouwen, dan zien we dat deze erg stilistisch is gemaakt en dat de bloesem tegen de armen en de kandelaar aan zijn gedrukt. Dit zien we ook bij afbeeldingen van de menorah op de Titus-boog. De vraag is of dit inderdaad er zo heeft uitgezien bij het ontwerp van de menorah die gebruikt werd in de tabernakel. In mijn ontwerp heb ik dan ook gekozen dat de bloesem er meer uitzag zoals bij de bloesem van een echte amandelboom.

Tags: , , , ,

In de Bijbel worden meerdere gouden kalveren genoemd. Zo wordt in Ex. 32 beschreven hoe Aäron van oorsieraden een gouden kalf maakt voor het volk. In Egypte hadden Joden kennis gemaakt met de Egyptische godsdienst van oa. Apis, de stierkalf, met een zonneschijf tussen de hoorns. De Egyptenaren geloofden dat deze afgod hun gemummificeerde doden naar de laatste rustplaats zouden brengen, mede omdat deze Apis banden had met de Osiris, de god van het dodenrijk. Andere goden welke als stier of koe werden afgebeeld waren Hathor, Buchis (Bekh), Mentu, Bat en Mehurt  Het is dan ook zeer aannemelijk dat dit gegoten kalf er uitzag als een van deze Egyptische afgoden.

Opvallend in deze geschiedenis is dat Aäron gebruik maakt van afgerukte oorsieraden (Ex. 32:2), in tegenstelling tot het vele goud en zilver wat vrijwillig werd bijgedragen aan de bouw van de tabernakel (Ex. 35:5ev). Dit typeert al meteen het soort godsdienst. Een paar eeuwen later zien we dat koning Jerobeam van het afgescheurde Israëlische rijk ook een tweetal gouden kalveren laat maken (1 Kon. 12:27ev.) om zijn onderdanen te verhinderen dat ze naar de tempel van Jeruzalem zouden afreizen. Ook hier wordt in verbinding gemaakt met Egypte daar de koning zegt dat het deze kalveren waren die het volk uit Egypte had verlost (1 Kon. 12:28).

Tags: ,

« Older entries