1 Samuel 16:11

SVVoorts zeide Samuel tot Isai: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuel nu zeide tot Isai: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn.
WLCוַיֹּ֨אמֶר שְׁמוּאֵ֣ל אֶל־יִשַׁי֮ הֲתַ֣מּוּ הַנְּעָרִים֒ וַיֹּ֗אמֶר עֹ֚וד שָׁאַ֣ר הַקָּטָ֔ן וְהִנֵּ֥ה רֹעֶ֖ה בַּצֹּ֑אן וַיֹּ֨אמֶר שְׁמוּאֵ֤ל אֶל־יִשַׁי֙ שִׁלְחָ֣ה וְקָחֶ֔נּוּ כִּ֥י לֹא־נָסֹ֖ב עַד־בֹּאֹ֥ו פֹֽה׃
Trans.wayyō’mer šəmû’ēl ’el-yišay hăṯammû hannə‘ārîm wayyō’mer ‘wōḏ šā’ar haqqāṭān wəhinnēh rō‘eh baṣṣō’n wayyō’mer šəmû’ēl ’el-yišay šiləḥâ wəqāḥennû kî lō’-nāsōḇ ‘aḏ-bō’wō fōh:

Algemeen

Zie ook: Isai, Jesse, Kleinvee, Samuel, Schapen
2 Samuel 7:8, Psalm 78:70

Aantekeningen

Voorts zeide Samuel tot Isai: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuel nu zeide tot Isai: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֨אמֶר

Voorts zeide

שְׁמוּאֵ֣ל

Samuël

אֶל־

tot

יִשַׁי֮

Isaï

הֲ

-

תַ֣מּוּ

Zijn dit al

הַ

-

נְּעָרִים֒

de jongelingen

וַ

-

יֹּ֗אמֶר

En hij zeide

ע֚וֹד

is nog

שָׁאַ֣ר

overig

הַ

-

קָּטָ֔ן

De kleinste

וְ

-

הִנֵּ֥ה

en zie

רֹעֶ֖ה

hij weidt

בַּ

-

צֹּ֑אן

de schapen

וַ

-

יֹּ֨אמֶר

nu zeide

שְׁמוּאֵ֤ל

Samuël

אֶל־

tot

יִשַׁי֙

Isaï

שִׁלְחָ֣ה

Zend heen

וְ

-

קָחֶ֔נּוּ

en laat hem halen

כִּ֥י

want

לֹא־

wij zullen niet

נָסֹ֖ב

rondom aanzitten

עַד־

totdat

בֹּא֥וֹ

zal gekomen zijn

פֹֽה

hij hier


Voorts zeide Samuel tot Isai: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuel nu zeide tot Isai: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!