2 Kronieken 11:20

SVEn na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.
WLCוְאַחֲרֶ֣יהָ לָקַ֔ח אֶֽת־מַעֲכָ֖ה בַּת־אַבְשָׁלֹ֑ום וַתֵּ֣לֶד לֹ֗ו אֶת־אֲבִיָּה֙ וְאֶת־עַתַּ֔י וְאֶת־זִיזָ֖א וְאֶת־שְׁלֹמִֽית׃
Trans.wə’aḥăreyhā lāqaḥ ’eṯ-ma‘ăḵâ baṯ-’aḇəšālwōm watēleḏ lwō ’eṯ-’ăḇîyâ wə’eṯ-‘atay wə’eṯ-zîzā’ wə’eṯ-šəlōmîṯ:

Algemeen

Zie ook: Abia (personen), Absalom, Maacha (vr. v. Abia)

Aantekeningen

En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וְ

-

אַחֲרֶ֣יהָ

En na

לָקַ֔ח

haar nam hij

אֶֽת־

-

מַעֲכָ֖ה

Máächa

בַּת־

de dochter

אַבְשָׁל֑וֹם

van Absalom

וַ

-

תֵּ֣לֶד

deze baarde

ל֗

-

וֹ

-

אֶת־

-

אֲבִיָּה֙

hem Abía

וְ

-

אֶת־

-

עַתַּ֔י

en Attai

וְ

-

אֶת־

-

זִיזָ֖א

en Ziza

וְ

-

אֶת־

-

שְׁלֹמִֽית

en Selomith


En na haar nam hij Maacha, de dochter van Absalom; deze baarde hem Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!