2 Samuel 13:25

SVMaar de koning zeide tot Absalom: Niet, mijn zoon, laat ons toch niet al te zamen gaan, opdat wij u niet bezwaarlijk zijn; en hij hield bij hem aan, doch hij wilde niet gaan, maar zegende hem.
WLCוַיֹּ֨אמֶר הַמֶּ֜לֶךְ אֶל־אַבְשָׁלֹ֗ום אַל־בְּנִי֙ אַל־נָ֤א נֵלֵךְ֙ כֻּלָּ֔נוּ וְלֹ֥א נִכְבַּ֖ד עָלֶ֑יךָ וַיִּפְרָץ־בֹּ֛ו וְלֹֽא־אָבָ֥ה לָלֶ֖כֶת וַֽיְבָרֲכֵֽהוּ׃
Trans.wayyō’mer hammeleḵə ’el-’aḇəšālwōm ’al-bənî ’al-nā’ nēlēḵə kullānû wəlō’ niḵəbaḏ ‘āleyḵā wayyifərāṣ-bwō wəlō’-’āḇâ lāleḵeṯ wayəḇārăḵēhû:

Algemeen

Zie ook: Absalom

Aantekeningen

Maar de koning zeide tot Absalom: Niet, mijn zoon, laat ons toch niet al te zamen gaan, opdat wij u niet bezwaarlijk zijn;

en hij hield bij hem aan, doch hij wilde niet gaan, maar zegende hem.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֨אמֶר

zeide

הַ

-

מֶּ֜לֶךְ

Maar de koning

אֶל־

tot

אַבְשָׁל֗וֹם

Absalom

אַל־

Niet

בְּנִי֙

mijn zoon

אַל־

niet

נָ֤א

laat ons toch

נֵלֵךְ֙

-

כֻּלָּ֔נוּ

al

וְ

-

לֹ֥א

niet

נִכְבַּ֖ד

bezwaarlijk zijn

עָלֶ֑יךָ

opdat wij

וַ

-

יִּפְרָץ־

en hij hield bij hem aan

בּ֛וֹ

-

וְ

-

לֹֽא־

niet

אָבָ֥ה

doch hij wilde

לָ

-

לֶ֖כֶת

-

וַֽ

-

יְבָרֲכֵֽהוּ

maar zegende


Maar de koning zeide tot Absalom: Niet, mijn zoon, laat ons toch niet al te zamen gaan, opdat wij u niet bezwaarlijk zijn; en hij hield bij hem aan, doch hij wilde niet gaan, maar zegende hem.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!