Genesis 32:11

SVRuk mij toch uit mijns broeders hand, uit Ezau's hand; want ik vreze hem, dat hij niet misschien kome, en mij sla, de moeder met de zonen!
WLCקָטֹ֜נְתִּי מִכֹּ֤ל הַחֲסָדִים֙ וּמִכָּל־הָ֣אֱמֶ֔ת אֲשֶׁ֥ר עָשִׂ֖יתָ אֶת־עַבְדֶּ֑ךָ כִּ֣י בְמַקְלִ֗י עָבַ֙רְתִּי֙ אֶת־הַיַּרְדֵּ֣ן הַזֶּ֔ה וְעַתָּ֥ה הָיִ֖יתִי לִשְׁנֵ֥י מַחֲנֹֽות׃
Trans.32:11 = H 32:12 haṣṣîlēnî nā’ mîyaḏ ’āḥî mîyaḏ ‘ēśāw kî-yārē’ ’ānōḵî ’ōṯwō pen-yāḇwō’ wəhikanî ’ēm ‘al-bānîm:

Algemeen

Zie ook: Ezau, Hand (lichaamsdeel)

Aantekeningen

Ruk mij toch uit mijns broeders hand, uit Ezau's hand; want ik vreze hem, dat hij niet misschien kome, en mij sla, de moeder met de zonen!


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

הַצִּילֵ֥נִי

Ruk mij

נָ֛א

toch

מִ

-

יַּ֥ד

hand

אָחִ֖י

mijns broeders

מִ

-

יַּ֣ד

hand

עֵשָׂ֑ו

Ezau’s

כִּֽי־

want

יָרֵ֤א

vreze

אָנֹכִי֙

ik

אֹת֔וֹ

hem

פֶּן־

dat hij niet misschien

יָב֣וֹא

kome

וְ

-

הִכַּ֔נִי

en mij sla

אֵ֖ם

de moeder

עַל־

met

בָּנִֽים

de zonen


Ruk mij toch uit mijns broeders hand, uit Ezau's hand; want ik vreze hem, dat hij niet misschien kome, en mij sla, de moeder met de zonen!


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!