Hooglied 2:14

ABMijn duifje, die is in de rotsspleten, in de holten van de rotswanden, verschijn aan mij, laat me je stem horen, want je stem is zoet en je verschijning bekoorlijk.
SVMijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.
WLCיֹונָתִ֞י בְּחַגְוֵ֣י הַסֶּ֗לַע בְּסֵ֙תֶר֙ הַמַּדְרֵגָ֔ה הַרְאִ֙ינִי֙ אֶת־מַרְאַ֔יִךְ הַשְׁמִיעִ֖ינִי אֶת־קֹולֵ֑ךְ כִּי־קֹולֵ֥ךְ עָרֵ֖ב וּמַרְאֵ֥יךְ נָאוֶֽה׃ ס
Trans.ywōnāṯî bəḥaḡəwê hassela‘ bəsēṯer hammaḏərēḡâ harə’înî ’eṯ-marə’ayiḵə hašəmî‘înî ’eṯ-qwōlēḵə kî-qwōlēḵə ‘ārēḇ ûmarə’êḵə nā’weh:

Algemeen

Zie ook: Duif, Zingen
Hooglied 5:13, Hooglied 5:16, Hooglied 8:13

Aantekeningen

Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

יוֹנָתִ֞י

Mijn duive

בְּ

-

חַגְוֵ֣י

zijnde in de kloven

הַ

-

סֶּ֗לַע

der steenrotsen

בְּ

-

סֵ֙תֶר֙

in het verborgene

הַ

-

מַּדְרֵגָ֔ה

ener steile plaats

הַרְאִ֙ינִי֙

toon

אֶתּ־

-

מַרְאַ֔יִךְ

Mij uw gedaante

הַשְׁמִיעִ֖ינִי

horen

אֶת־

-

קוֹלֵ֑ךְ

doe Mij uw stem

כִּי־

-

קוֹלֵ֥ךְ

want uw stem

עָרֵ֖ב

is zoet

וּ

-

מַרְאֵ֥יךְ

en uw gedaante

נָאוֶֽה

is liefelijk


Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!