G3781 ὀφειλέτης
schuldenaar

Bijbelteksten

Mattheus 6:12En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
Mattheus 18:24Als hij nu begon te rekenen, werd tot hem gebracht een, die hem schuldig was tien duizend talenten.
Lukas 13:4Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?
Romeinen 1:14Beiden Grieken en Barbaren, beiden wijzen en onwijzen ben ik een schuldenaar.
Romeinen 8:12Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.
Romeinen 15:27Want het heeft hun [zo] goed gedacht; ook zijn zij hun schuldenaars; want indien de heidenen hunner geestelijke [goederen] deelachtig zijn geworden, zo zijn zij ook schuldig hen van lichamelijke [goederen] te dienen.
Galaten 5:3En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.

Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs