G393 ἀνατέλλω
opgaan, ontspruiten
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 9x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

anatello̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀνα-τέλλω, [in LXX for צמח H6779, פּרח H6524, זרח H2224, etc.;] 1. trans., to cause to rise: Mt 5:45. 2. Intrans., to rise: φῶς, Mt 4:16 (= Is 9:1); ὁ ἥλιος, Mt 13:6, Mk 4:6 16:2, Ja 1:11; νεφέλη, Lk 12:54; φωσφόρος, II Pe 1:19; ὁ Κύριος, prob. with ref. to metaph. of sun or star, He 7:14 (cf. ref target="ἐξανατέλλω"ἐξ-ανατέλλω).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀνά G303 "onder, tussen, midden (naar het)"; Grieks ἀνατολή G395 "oosten (het), opgaan (vd zon en sterren), zonsopgang"; Grieks τέλος G5056 "einde, eeuwig";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel