G1065 γέ
inderdaad, zeker, tenminste, zelfs, aangezien
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 10x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ge,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

γε, enclitic postpositive particle, rarer in κοινή than in cl., giving special prominence to the word to which it is attached, distinguishing it as the least or the most important (Thayer, s.v.), indeed, at least, even 1. used alone: Lk 11:8 18:5 Ro 8:32. 2. More freq. with other particles: αλλά γε, Lk 24:21, I Co 9:2; ἄρα γε, Mt 7:20 17:26, Ac 17:27; ἆρά γε, Ac 8:30; εἴ γε (Rec. εἴγε), II Co 5:3, Ga 3:4, Eph 3:2 4:21, Col 1:23 (v. Meyer, Ellic., on Ga, Eph, ll. c.; Lft., on Ga, Col, ll. c.); εἰ δὲ μήγε, following an affirmation, Mt 6:1, Lk 10:6 13:9; a negation, Mt 9:17, Lk 5:36, 37 14:32, II Co 11:16; καί γε (Rec. καίγε, cl. καὶ . . . γε), Lk 19:42 (WH om.), Ac 2:18 17:27; καίτοιγε (L καίτοι γε, Tr. καί τοι γε), Jo 4:2; μενοῦνγε (v. s.v.); μήτι γε, v.s. μήτι; ὄφελόν, I Co 4:8.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἄρα G686 "dus, immers, natuurlijk, dan, nu, voorts"; Grieks καίγε G2534 "tenminste, inderdaad"; Grieks καίτοιγε G2544 "ofschoon, en toch"; Grieks μενοῦνγε G3304 "menounge"; Grieks μήτιγε G3386 "om maar te zwijgen van";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken