G1074 γενεά
geboorte, afstamming, geslacht
Taal: Grieks

Onderwerpen

familie, clan, huis,

Statistieken

Komt 42x voor in 8 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

genea,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

γενεά, -ᾶς, ἡ (< γίγνομαι), [in LXX chiefly for דּוֹר H1755, דֹּר H1755 (Cremer, 148) ;] 1. race, stock, family (in NT, γέννημα, q.v.). 2. generation (a) of the contemporary members of a family: pl., Mt 1:17 (cf. Ge 31:3, מוֹלֶדֶת H4138); metaph., of those alike in character, in bad sense, Mt 17:17, Mk 9:19, Lk 9:41 16:8, Ac 2:40; (b) of all the people of a given period: Mt 24:34, Mk 13:30, Lk 21:32, Phl 2:15; pl., Lk 1:48; esp. of the Jewish people, Mt 11:16 12:39, 41, 42, 45 16:4 23:36, Mk 8:12, 38 Lk 7:31 11:29, 30-32, 50, 51 17:25, Ac 13:36, He 3:10 (LXX); τὴν γ. αὐτοῦ τίς διηγήσεται Ac 8:33 (LXX); (c) the period covered by the life-time of a generation, used loosely in pl. of successive ages: Ac 14:16 15:21, Eph 3:5, Col 1:26; εἰς γενεὰς καὶ γ. (= לִדוֹר וָדוֹר H1755, al.), Lk 34:17, al), Lk 1:50; εἰς πάσας τὰς γ. τοῦ αἰῶνος τῶν αἰώνων, Eph 3:21 (Ellic, in l.; DCG, i, 639f.). †

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks γένεσις G1078 "bron, oorsprong, geboorte, begin"; Grieks γενετή G1079 "geboorte"; Grieks γένος G1085 "schepping, nakomelingschap, geslacht, generatie, volk";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken