G1911 ἐπιβάλλω
werpen op (zich)
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 18x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

epiballo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἐπι-βάλλω [in LXX for שָׁלַח H7971, שִׁית H7896, etc. ;] 1. trans., to cast, lay or put upon: c. acc et dat., Mk 11:7, I Co 7:35; c. acc, seq. ἐπί c. acc, Re 18:19, WH, mg.; τ. Χεῖρα (-ας) ἐπί (B1., § 37, 7), of seizing a prisoner, Mt 26:50, Lk 20:19 21:12, Jo 7:30, Ac 5:18 21:27; c. dat. (Polyb.), Mk 14:46 Ac 4:3; c. inf., Ac 12:1; τὴν χ. ἐπ’ ἄροτρον, Lk 9:62; ἐπίβλημα ἐπὶ ἱμάτιον, Lk 5:36; ἐπὶ ἱματίῳ, Mt 9:16. 2. Intrans., (a) to throw oneself or rush upon: τ. κύματα εἰς τ. πλοῖον, Mk 4:37; metaph., to put one's mind upon (but v. Field, Notes, 41 ff.), ἐπιβαλὼν ἔκλαιεν, when he thought thereon (sc. τ. ῥήματι), he wept (EV, txt.; R, mg., he began to weep; cf. M, Pr., 131): Mk 14:72 (v. also Swete, in l); (b) to fall to one's share: τὸ ἐπιβάλλον (sc. dat.; Hdt., a1., a technical formula freq. in π.; Deiss., BS, 230, LAE, 152), Lk 15:12.†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἑαυτοῦ G1438 "hemzelf, haarzelf, hetzelve, henzelf"; Grieks ἐπίβλημα G1915 "lap (opgezette)";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel