G3196 μέλος
lid, ledemaat
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 34x voor in 6 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

melos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

μέλος, -ους, τό, [in LXX chiefly for נֵתַח H5409;] a member, limb of the body: I Co 12:14, 19, 26, Eph 4:16 (WH, mg.), Ja 3:5; pl. (as always in cl.), τὰ μ.: Mt 5:29, 30, Ro 6:13, 19 7:5, 23 12:4, I Co 12:12 ff. Col 3:5, Ja 3:6 4:1. Metaph., πόρνης, I Co 6:15; of Christians, μ. ἀλλήλων, Ro 12:5, Eph 4:25; Χριστοῦ, I Co 6:15; σώματος Χριστοῦ, I Co 12:27, Eph 5:30.†

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech