G3834 πανουργία
sluwheid, bedrog, schurkenstreek
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 5x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

panoyrgia,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

πανουργία, -ας, ἡ (< πανοῦργος), [in LXX: Jos 9:4, Pr 1:4 8:5 (עׇרְמָה H6195), Nu 24:22, Si 19:25 21:22 31 (34):10 (in all cases in good or indifferent sense)*;] cleverness, in cl. nearly always in bad sense, craftiness, cunning, knavery: Lk 20:23, I Co 3:19 (LXX, φρόνησις, for עׇרְמָה H6195) II Co 4:2 11:3, Eph 4:14.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

πᾰνουργ-ία, ἡ,
  knavery, Aeschylus Tragicus “Septem contra Thebas” 603, Sophocles Tragicus “Philoctetes” 927, Lysias Orator 22.16, Plato Philosophus “Leges” 747c, Aristoteles Philosophus “Ethica Nicomachea” 1144a27 : in plural, villainies, Sophocles Tragicus “Antigone” 300, Aristophanes Comicus “Equites” 684, etc.
__2 of animals, Aristoteles Philosophus “Historia Animalium” 588a23 (pl.), 614a30.
__3 adulteration of drugs or honey, Galenus Medicus 14.27.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks πανοῦργος G3835 "bekwaam, knap";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech