G5343 φεύγω
feugw
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 31x voor in 11 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

feygo̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

φεύγω [in LXX chiefly for נוּס H5127, also for בּרח H1272, etc. ;] to flee from or away, take flight: absol., Mt 8:33 26:56, Mk 5:14 14:50, Lk 8:34, Jo 10:12, Ac 7:29; seq. εἰς, Mt 2:13 10:23 24:16 (WH, txt.), Mk 13:14, Lk 21:21, Re 12:6; ἐπί, c. acc. loc., Mt 24:16 (WH, mg.); ἐκ, Ac 27:30; ἀπό, c. gen. loc. (cl.), Mk 16:8; id. c. gen. pers. (as in Heb.), Jo 10:5, Ja 4:7. Metaph.: absol., Re 16:20; c. acc. rei, I Co 6:18, He 11:34 (v. M, Pr., 116); opp. to διώκειν, I Ti 6:11, II Ti 2:22; seq. ἀπό, c. gen. pers., Re 9:6; ἀπὸ τ. προσώπου, Re 20:11; c. gen. rei, Mt 3:7 (M, Pr., l.c.) 23:33, Lk 3:7, I Co 10:14 (cf. ἀπο-, δια-, ἐκ-, κατα-φεύγω).†

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀποφεύγω G668 "vluchten, ontsnappen"; Grieks διαφεύγω G1309 "ontsnappen"; Grieks καταφεύγω G2703 "wegvluchten"; Grieks Φύγελλος G5436 ""; Grieks φυγή G5437 "";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs