G5487_χαριτόω
begenadigd, zeer begunstigd zijn, hoog gewaardeerd zijn
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 2x voor in 2 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

charitoo̱, ww., van χάρις G5485; TDNT 9:372,1298

In het Nieuwe Testament komt het woord χαριτόω charitoo̱ alleen voor in combinatie met goddelijke χάρις G5485 charis̱ (Luk. 1:28; Ef. 1:6; G.W. Bromiley, p. 1186).


1) zeer begunstigd zijn, hoog gewaardeerd zijn (Brief van Aristeas 225; Heph. Astr. 1.1), κεχαριτωμενη begenadigde (Luk. 1:28); 2) genade tonen aan iemand (Ef. 1:6 LXX Jezus Sirach 18:17); begenadigd zijn (Libanius, progymn. 12, 30).


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

χαριτόω, -ῶ (< χάρις), [in LXX: Si 18:17 (ἀνδρί κεχαριτωμένῳ; Vg., justificato; Syr., saintly) * ;] to endow with χάρις (q.v.), i.e. 1. (a) to make graceful; (b) to make gracious (Si, l.c.). 2. In Hellenistic writings (for exx., v. AR, Eph., 227; Lft., Notes, 315), (a) to cause to find favour; (b) to endue with grace (i.e. divine favour): Lk 1:28, Eph 1:6.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

χαρῐτ-όω,
  show grace to any one, τῆς χάριτος ἧς ἐχαρίτωσεν ἡμᾶς NT.Eph.1.6:—middle χαριτώσομαι I will bestow favour upon thee, “BGU” 1026 xxiii 24 (4th c.AD) :—passive, to have grace shown one, to be highly favoured, LXX.Sir.18.17, NT.Luke.1.28 +NT; πρὸς πάντας ἀνθρώπους Aristeas 225, compare Hephaestio Astrologus 1.1 ; ὄμμα στροφαῖς -ούμενον probably in Libanius Sophista “Descriptiones” 30.12.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks χάρις G5485 "genade, liefdadigheid";

Literatuur


Mede mogelijk dankzij