G5548 χρίω
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 5x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

chrio̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

χρίω to anoint (Hom., al.); [in LXX chiefly for משׁח H4886 of consecration to a sacred office: priest, Ex 28:41; prophet, III Ki 19:16; king, I Ki 10:1; of things, Ex 40:9, Le 8:10, al.]. In NT, metaph., of God's anointing, (a) Christ: Ac 4:27; c. inf., Lk 4:18 (LXX); c. dupl. acc (v. Bl., § 34, 4), He 1:9 (LXX); πνεύματι ἁγίῳ, Ac 10:38; (b) Christians: II Co 1:21 (cf. Westc., Epp. Jo., 73) (cf. ἐν-, ἐπι-Χριω).† SYN: v.s. ἀλείφω G218

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἐπιχρίω G2025 "smeren op, strijken op"; Grieks χράομαι G5530 ""; Grieks χρῖσμα G5545 ""; Grieks Χριστός G5547 "Christus";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs