G5621 ὠτίον
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 5x voor in 4 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

o̱tion,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

*† ὠτάριον, -ου, τό = ὠτίον (q.v.), the ear: Mk 14:47, Jo 18:10.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ὠτίον, τό,
  properly diminutive of οὖς, auricle, Dioscorides (Dioscurides) Medicus “Eup.” 1.63 , compare 62; but usually ={οὖς}, “Anthologia Graeca” 11.81 (Lucillius Epigrammaticus), LXX.1Ki.9.15, al., NT.Matt.26.51, Arrianus Historicus “Epicteti Dissertationes” 1.18.18, “PMag.Osl.” 1.332.
__II metaphorically, a little handle, προχύτου 2nd-1st c.BC(?): Hero Mechanicus “(Spiritalia) Pneumatica” 1.9; χωρὶς ὠτίων ποτήριον Theopompus Comicus 31, compare Aëtius Medicus 1.138.
__II.2 ={ὠτάριον} 111, Xenocrates Medicus cited in Oribasius Medicus 2.58.130 ; gloss on{τήθη}, ={λεπὰς ἀγρία}, Scholia Nicander Epicus “Alexipharmaca” 396.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks οὖς G3775 "oor";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs